Her-evangelisatie, deel 4

Inwendige zending en evangelisatie binnen de kerk(en)

Dit artikel over her-evangelisatie bestaat uit 5 delen. Te weten:

Deel 1

  1. Inleiding: Wat is er aan de hand in de Kerk? (Blz. 1-2)*

Deel 2

  1. Waar gaat de Nieuwtestamentische kerk eigenlijk over? (Blz 3-19)*
    2.1 De oorspronkelijke of geestelijke kerk
    2.2 Wat ging er mis? Het verval van de kerk. De afval

Deel 3

  1. Wat is de essentie van het evangelie? (Blz. 20-35)*
    3.1 Het Eeuwig Evangelie
    3.2 Hoe krijgen we deel aan de volmaaktheid?
    3.3 Hoe vallen we ervan af? De menselijke heerschappij in de kerk

Deel 4

  1. Aan de slag: her-evangelisatie (Blz 36-53)*
    4.1 predik de Hemelse Waarheid in alle kerken, uitgaande van het principe:
    eerst de Jood en dan de Griek
    4.2 de gevolgen: acceptatie: afwerping van het menselijk systeem of non-
    acceptatie: de vervolging
    4.2 het oordeel over de valse herders en hun volgelingen
    4.3 de overwinning in de wederkomst des Heren in en met de overwinnaars

Deel 5

  1. Herhaling van het plan van God (Blz. 54-57)*
  2. Samenvatting
  3. Voetnoten
  4. * NB. De bladzijde nummers verwijzen naar het integrale artikel.

Definitie:
Onder evangelisatie wordt hier verstaan: het prediken van het evangelie van Jezus Christus, zoals Jezus en Zijn apostelen dat hebben gedaan met als doel de verwekking van alle mensen tot kinderen van God en hun voortschrijdende ontwikkeling tot gelijkvormigheid aan het beeld van Christus, waarvan in de hele Bijbel getuigenis wordt afgelegd: “Gij dan zult volmaakt zijn, zoals uw hemelse Vader volmaakt is”, wat de wedergeboorte uit de Geest is, Mattheüs 5:48; Genesis 1:26-27; Romeinen 8:29; Efeze 4:13-15; 1Johannes 3:1-3,9.

DEEL 4. Aan de slag: her-evangelisatie

Ondanks alle afval van de HEER na elke vernieuwing die Hij, barmhartig als Hij is, steeds weer tot stand bracht, blijft de HEER trouw aan Zichzelf en dus aan Zijn beloften, dat wie Hem aanroept in zijn benauwdheid, uitredding zal vinden; dat wie klopt opengedaan zal worden; dat wie zoekt zal vinden; dat wie Hem liefheeft buitengewone toenadering van Hem zal ervaren en ontvangen.
Altijd weer zoekt Hij naar personen die voor Hem op de bres willen staan en tot Hem roepen. En Hij vindt hen. In alle eeuwen. En spreekt tot hen, onderwijst hen en geeft hen opdrachten zoals Hij Zijn apostelen opdrachten gaf. En dus

4.1 Predik de Hemelse Waarheid in alle kerken, uitgaande van het principe: “eerst de Jood en dan de Griek”.

Uitgaande van Jesaja 61:1-9 zal de HEER te werk gaan met hen, die Hij eerst diepgaand onderwezen heeft aangaande Zichzelf, aangaande Zijn Aanwezigheid in het geschreven Woord en dus aangaande de diepere geestelijke betekenissen in het Woord en wat ook maar nodig is om Zijn Wil te kennen en te volbrengen op Aarde.
Jesaja 61:1-9 “De Geest van de Here HERE is op mij, omdat de HERE mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om een blijde boodschap te brengen aan ootmoedigen, om te verbinden gebrokenen van hart, om voor gevangenen vrijlating uit te roepen en voor gebondenen opening der gevangenis; om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God ; om alle treurenden te troosten, om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest. En men zal hen noemen: Terebinten der gerechtigheid, een planting des HEREN, tot zijn verheerlijking. Zij zullen de overoude puinhopen herbouwen, het verwoeste uit vroeger tijd doen herrijzen en de steden vernieuwen, die in puin liggen, die verwoest hebben gelegen van geslacht op geslacht.”
Zo heeft Hij door de eeuwen heen, sinds de oprichting van Zijn Kerk, steeds profeten opgewekt om de afval in de Kerk te corrigeren, “of men horen zal of het nalaten, want zij zijn een weerspannig geslacht”, Ezechiël 2:5,7 en zoals Hij zegt in Jesaja 30:8-11:
“Ga nu, schrijf het in hun bijzijn op een tafel en teken het op in een boek, opdat het diene voor latere dagen, voor immer en altoos. Want het is een weerspannig volk, leugenachtige kinderen, kinderen die de wet des HEREN niet willen horen; die tot de zieners zeggen: Gij zult niet zien; en tot de schouwers: Gij zult voor ons de waarheid niet schouwen, spreekt tot ons aangename dingen, schouwt begoochelingen; wijkt af van de weg, buigt af van het pad, doet de Heilige Israëls weg uit onze ogen.”
In Ezechiël: 2: 3-7 “Hij zei tot mij: Mensenkind, Ik zend u tot de Israëlieten, de opstandige volken die tegen Mij in opstand gekomen zijn; zij en hun vaderen zijn van Mij afgevallen tot op deze eigen dag; zelfs de kinderen zijn stug van aangezicht en verstokt van hart. Ik zend u tot hen, en gij zult tot hen zeggen: Zo zegt de Here HERE. En zij, of zij horen dan wel het nalaten (want zij zijn een weerspannig geslacht) zullen weten, dat er in hun midden een profeet is geweest. En gij, mensenkind, wees niet bevreesd voor hen, noch voor hun woorden, al groeien er netels en doornen bij u en al woont gij bij schorpioenen; wees niet bevreesd voor hun woorden noch beangst voor hun blik, want zij zijn een weerspannig geslacht. Maar gij, spreek mijn woorden tot hen, of zij horen dan wel het nalaten, want zij zijn weerspannig.”
Zo liet de HEER in 2003 door Zijn Geest een broeder weten:

“Vanuit Mijn Koninkrijk ga Ik een grote confrontatie aan met de Rooms Katholieke kerkelijke wereld, met de Oosters Orthodoxe kerkelijke wereld en de Protestantse kerkelijke wereld en al hun afgeleiden wereldwijd, van welke leer dan ook. Want Ik maak een einde aan de vervalsing van Mijn leer. Wie u ook bent, Ik Ben de HEER en gij zijt allen broeders! Ik ben gekomen om de mensheid verlossing te brengen en niet om de mensheid in gevangenschap te brengen van kerkelijke instituten en hun leiders en verzinsels. Ik ben uw verlossing door woning in u te maken, dat is Mijn Naam JEZUS, geen enkele andere verlossing of verlossingsleer zal daar ooit toe in staat zijn. Ik ben uw Nieuwe Mens, de Mens Gods in u, in Wie al de volheid der Godheid aanwezig is, waar Ik u toegang toe geef, wanneer u Mij boven alles zult liefhebben en daardoor innerlijk geheel één met Mij wilt worden. Vanuit Mijn Koninkrijk in u die dat beseft en Mij zo zal liefhebben, ga Ik die confrontatie nu aan, opdat men weet Wie Ik Ben. Die confrontatie ga Ik aan vanuit Mijn Liefde voor allen over wie Mijn Naam is uitgeroepen bij hun kerkelijke doop, evenwel zonder recht in Mijn leer onderwezen te zijn.
De tijd van herstel is aangebroken. Mijn Koninkrijk ontvouwt zich binnen in u vanuit Mijn Liefde in u, als vrucht van uw liefde voor Mij, dat is het Koninkrijk van Mijn Liefde. Door die Liefde in u wordt u zalig en door niets anders. De Vader in Mij is die volkomen integere en zuivere, dienende en verenigende Liefde, van waaruit Ik als de Waarheid, als de Zoon, vervuld met die Liefde, Mens geworden ben in deze wereld. Om de ganse schepping, alles wat op en onder en boven uw aarde is tot verlossing te gaan brengen. Ik zal u op de voor u bestemde tijd tonen wat dat inhoudt.

De confrontatie houdt in dat u zal blijken dat geen tittel of jota van Mijn Heilige Tien Woorden is vervallen, maar dat de vervulling daarvan alleen door Mij in u, volledig gestalte kan krijgen. En dat Ik daarom een vijand ben van elke afgoderij en aanbidding of (zelf)verheffing van enig schepsel, hetzij in de hemel, hetzij op aarde, hetzij dag, hetzij tempel, hetzij engel, mens of dier, geschreven tekst of enig door de mens geschapen beeld. Wie dat nochtans wil blijven doen zal daardoor zijn eigen vijand zijn. Tot een oordeel ben Ik in de wereld gekomen, wanneer men Mij niet ontvangt zoals Ik Ben. Maar tot onvoorstelbare zegen, degene die Mij ontvangt zoals Ik Ben. Mijn Geest is het Die van deze dingen aan u getuigt en getuigen zal. Ik Ben immers de enige Bron van Eeuwig Leven in al zijn volheid! En de Oorzaak van al wat leeft en van al wat vorm en inhoud heeft. Alles behoort aan Mij.
Ik ga de confrontatie aan met allen op het ganse rond der aarde. Vanuit Mijn Liefde, Mijn Geduld, Mijn Wijsheid, Mijn Kennis, Mijn Orde, Mijn Kracht. Rechtstreeks en door degenen die innerlijk geheel één met Mij zijn. Om alle dingen vanuit Mij in u die dit aanneemt te herstellen naar Mijn Orde.

De overwinning is Mijn. Wie zich verzet, bewerkt zijn eigen ondergang. Wie zich verzet, verzet zich niet tegen Mij als een vermeende tiran, maar tegen Mijn Eeuwige Liefde en Erbarmen, tegen Mijn Waarheid en Leven! Tegen Mijn Orde! Door wie of wat kan zo iemand dan nog gered worden? Voor Mij is GEEN alternatief! Ieder mens is zo geschapen, dat wanneer Ik u daartoe in de gelegenheid stel, dat wil zeggen: wanneer Ik u bezoek – en dat doe Ik ieder mens op Mijn tijd – die mens Mij zonder restricties Mijnerzijds volledig in zijn hart kan ontvangen, wanneer men dat dan wil! Zou er bij Mij onrechtvaardigheid zijn?
O, kerkelijk volk wereldwijd, o, leiders, hoe groot is uw schuld tegenover Mij! Hoe voor Mij onvoorstelbaar gebrekkig en verdraaid is uw leer! Hoe gering uw geloof, hoe karig uw liefde, hoe uitgeblust uw hoop! Keer terug tot de inhoud van Mijn Woord en tot de daad daaruit! Bekeer u tot Mij en Ik zal u aannemen als Mijn zonen en Mijn dochters en Ik zal uw God zijn, uw Leidsman ten Leven, uw Herder, uit Wiens hand niemand u rukt. Ik zal al uw tranen afwissen en u genezen en gij zult volledig uit God zijn, wanneer u hoort en gewillig bent en Mij boven alles lief zult hebben met uw gehele hart, met uw gehele ziel, met geheel uw verstand en met al uw kracht, en van daaruit uw naaste, alsof u het zelf bent, zegt Jezus, uw Verlosser, amen ja, amen!”

De confrontatie met al het afgevallene, met alle dwaalleer en misleiding komt dus vanuit de HEER, “of men horen wil of niet”. De HEER dwingt niemand om Hem te volgen of “aan te nemen”. De volkomen vrije wil die Hij de mens gaf is Hem heilig. De mens bepaalt dus zelf zijn bestemming, zijn eindlot. Immers zei Hij, “wie niet gelooft is reeds geoordeeld”.
Voorwaarde hierbij is wel dat Zijn boodschap werkelijk in Zijn Liefde, vanuit Zijn Geest door de boodschapper wordt gebracht.
Degenen die de HEER roept om de confrontatie vanuit Hem, dus vanuit Zijn innerlijke ontferming en vanuit Zijn tranen om de toestand waarin men willens en wetens verkeert, bevinden zich in de huidige Kerk. Daar gaan zij dus de confrontatie aan. Een voorbeeld:
Beste voorganger,
Als voorbidders worden wij erbij bepaald dat de Heilige Geest een steeds vrijere toegang tot de leden van de gemeente wil bewerken. De HEER wil die vrijere toegang voor Zichzelf rechtstreeks naar de leden van Zijn lichaam toe en middellijk via Hemzelf-in-de-leden naar de leden onderling. Door zo’n omgang met elkaar zal niemand meer in de knel komen. Die omgang acht Hij niet het “Ideaal”, maar de NORM voor heilige kinderen Gods en daarom heeft Hij die NORM voor ons ook gesteld in Zijn Woord. Dat kan alleen door Zijn Leven in ons, door onze innerlijke vereniging met Hem in Geest en Waarheid.
Afgelopen maandag werd ik tijdens onze voorbede bepaald bij Jesaja 59 en 60. Ik heb er op de bidstond dinsdag iets over gezegd. Met name over de verzen Jesaja 59:20 t/m 60:5 en vers 10-12. Wij werden erbij bepaald dat die beloften gelden voor de gemeente die hier met Sion wordt aangesproken, die ECHT helemaal uit GOD is. Die heeft AFGEREKEND met de historische KERK en met het historisch gegroeide kerkelijk denken en handelen, met AL het kwade en valse dat aldus in de Kerk is binnengeslopen en gemeengoed is geworden. Wat gewoon en NORMAAL gevonden wordt maar wat de DOOD IN DE POT veroorzaakt en de Kerk, de leden, gevangen houdt in die dood.

Wij hebben de indruk dat de Heilige Geest de ware kinderen Gods bezig is als het ware aan te jagen om die beloofde vrijheid van het geleid worden door Hem, in bezit te nemen. Dat kan alleen door onze kruisdood met Jezus volkomen te aanvaarden. Wat weer alleen kan door ons eigen Gethsemané te doorworstelen zoals de HEER Jezus dat Zelf ook moest. Ook Hij, d.w.z. Zijn vlees wilde onder die kruisdood uit! MAAR ER WAS GEEN ANDERE WEG! En ook voor ons zal er GEEN ANDERE WEG ZIJN om tot de volmaaktheid te komen.
Alleen zij die dat doorworstelen en aanvaarden, zij die het Lam aldus volgen waar het ook gaat, zullen in die vrijheid kunnen staan en die vrijheid aan kunnen zonder te struikelen, omdat zij aan de HEER gehecht blijven. Aldus zal Hij ons in onze zwakheid deelgenoot kunnen maken van Zijn overwinning, als wij ons in onze zwakheid aan Hem hechten. Aan Zijn liefde om voor de wereld te sterven en aan Zijn waarheid, die dan ook ons levensprincipe zullen worden. Als wij ons aan die liefde hechten en ons die liefde van de Vader eigen maken die er is voor allen en alles in de schepping, kunnen wij ons ook te allen tijde veilig weten en voelen, want wie kan de HEER bedreigen? En wie zal HEM in ONS kunnen bedreigen? Dat te weten, geeft ieder volkomen vrijheid, want die liefde in ons voor elk ander bant de vrees voor elk ander volkomen uit! Wat is sterker dan ZIJN LIEFDE?

Ik sluit hierbij een woord in dat de HEER mij twee jaar geleden gaf en dat ik, meen ik, nog niet met je heb gedeeld. Ik ervaar dat de HEER echt heel hard, heel SNEL (Jes. 50:22 StV) bezig is en bezig wil zijn met ons om het oude kerkelijke juk en de oude kerkelijke jurk snel en VOLLEDIG af te WERPEN, met afschuw (Judas :23)! Omdat Zijn Naam er zo door bezoedeld is! Omdat daarmee zo vals van Hem getuigenis is afgelegd! Hij gaat Zijn Naam heiligen, die door de historische KERK in al haar verschijningsvormen zo verschrikkelijk bezoedeld is! Die door HAAR met zoveel bloedschuld is beladen!
Geheel volgens Jesaja 4 zal Hij handelen. Daarom en daartoe moet elke zweem van die oude historische KERK WORDEN WEGGEVAAGD. Zowel naar leer als naar gedrag. Hij aanvaardt geen enkele heerszucht meer. Heersen dienen wij alleen te doen, in Zijn Naam, over elke zonde en valse leer, In Zijn Naam, d.w.z. door Hem in ons.
Wij kunnen die kerkelijke jurk alleen maar onderscheiden als wij ons ten volle aan Hem overgeven in de dood met Hem en ons voor de volle rest van ons aardse leven volkomen met Hem verenigen in Zijn Leven. Hij in ons zal onze WARMTE en ons LICHT zijn en daardoor zullen we het boze van het goede en het valse van het ware kunnen onderscheiden, omdat aan Hem alleen alle dingen getoetst en geoordeeld zullen worden en we door Hem in ons alleen maar innerlijk kunnen WETEN WIE HIJ IS en dat Hij in ons is. We hebben ons toch tot Zijn Liefde en Zijn Waarheid bekeerd opdat we daar vervolgens zelf vol van zouden worden!? IN JEZUS GELOVEN BETEKENT TOCH VOL VAN HEM WORDEN EN DAARDOOR GERED WORDEN VAN DE ZONDE EN DE DOOD, Joh 3:16!?

De maat der ongerechtigheid is VOL, zoals de maat der ongerechtigheid der Amorieten VOL was, Gen 15:16, zodat het tijd was om hun land in bezit te gaan nemen. En dat kon Israël alleen als het zich gedroeg als ISRAËL GODS, als heersers met God en door God, zoals Jakob overwon in zijn worsteling voor zijn ontmoeting met Ezau en als bezegeling daarvan de naam Israël ontving.
Ieder van ons zal snel en persoonlijk in Christus geworteld EN gegrondvest moeten raken om te kunnen blijven staan tijdens die intocht in Kanaän. Dat kan geen eenmanstaak van de pastor en enkele co-pastors meer zijn. Het gaat veel te snel en veel te veelvuldig, wat nu allemaal loskomt! Des te meer traditionele of EIGENDUNKELIJKE METHODEN WE EROP NA WILLEN BLIJVEN HOUDEN, DES TE TRAGER ZAL DEZE WASDOM IN CHRISTUS KUNNEN GESCHIEDEN. ER IS GEEN TIJD MEER TE VERLIEZEN.

Het ENIGE antwoord op die volle maat der ongerechtigheid, is het kruis van Golgotha, zowel voor wie reeds binnen de Kerk is, als voor wie er nog buiten is. Maar eerst voor wie Jezus reeds “aangenomen hebben”. Die dienen Jezus nu zo aan te nemen als hierboven is gezegd. Zonder dat, zal NIEMAND kunnen standhouden, laat staan strijder kunnen zijn t.b.v. anderen. Dat kan alleen door CHRISTUS IN ONS. Niet een beetje Christus in ons, maar volkomen gehecht aan Hem volgens 1 Cor 6:17 en geleid door Hem in onze dagelijkse wandel. Dat is onze eredienst aan Hem.

De HEER doet mij als voorbidder strijden voor DAT doel. Want de gemeente, die Hij op het oog heeft, is de verzameling van DIE christenen. DIE zal Hij kunnen leiden, en DIE zullen geleid WILLEN worden omdat zij Hem liefhebben BOVEN ALLES EN IEDEREEN. Voor hen zal gelden: “Gelijk Mij de Vader gezonden heeft, zend Ik ook U”! Zij zullen zij aan zij (kunnen blijven) staan doordat Hij in hen, hen staande houdt.
De structuur van de gemeente zal niet langer uiterlijk zijn, met uiterlijke onderscheidingskenmerken tussen de verschillende personen, maar binnen in ons, innerlijk dus. Dat zijn onze persoonlijke bedieningen IN Hem. Wij zullen die door Hem-in-ons kennen, herkennen en erkennen in elkaar, in alle ootmoed naar Hem toe, Die het Hoofd is van de ekklesia.
Het uur der beslissing is gekomen voor de christenen, om geheel uit Hem te worden, of “zichzelf” te blijven, in denken en doen. Uit de GEEST te leven Die van de HEER uitgaat of uit het vlees, conform de traditie en opvattingen van de historische KERK. Zowel gevestigde leiders als “gewone leden” zullen daar hun strijd mee hebben te strijden om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen Gods, zoals de Heilige Geest dat noemt bij Paulus in Rom. 8:21. De HEER bepaalt mij erbij dat we ALLE traditionele Kerk-zijn af moeten werpen, omdat dat zeer misleidend is, de Heilige Geest tegenstaat en al bij voorbaat tal van potentiële kinderen Gods afstoot om tot God te naderen en zich bij een christelijke gemeente aan te sluiten.
Hij creëert een verzameling, ekklesia, van geroepenen die werkelijk in Zijn Naam samenkomen, niet in één of andere gekunstelde menselijke structuur of (omgangs)vorm. Christenen worden niet door God geroepen “om zich onder gezag te stellen” van mensen! Wie het gezag van Christus heeft, zal daardoor in staat zijn en ook de bedoeling hebben, om mensen tot Zijn heerlijkheid en macht te brengen en er alles aan doen om ze in die vrijheid en zelfstandigheid in de HEER te brengen, “totdat Christus in u gestalte krijgt”, zoals de HEER dat Zelf tijdens Zijn leven op aarde heeft gedaan, vanaf het moment dat Hij Zijn bediening begon. En zoals we dat zo goed van Paulus kunnen leren.
Wij bidden daartoe voor jou, en voor de co-pastors. Opdat we door ieders inbreng in de ekklesia, als EEN man zullen staan voor de HEER en tegenover de macht van het rijk der duisternis en DIE in Jezus’ Naam onderwerpen aan Zijn gezag. Opdat we, zoals je onlangs zei, tezamen “een bolwerk des HEREN zullen zijn”, met alle goede werken van dien.
Er moet door ieder van ons die reeds door de genade van de HEER geleerd heeft te staan in Zijn Naam, door de dikke kerkelijke duisternis van valse controle, vervalste waarheid en valse autoriteit heen geploegd worden. De HEER wil dat we al het valse en boze dat de Kerk is binnengeslopen ontmaskeren en overwinnen, ten einde elk lid tot een vruchtbare akker voor de Heilige Geest toe te bereiden.
We zullen daarin zij aan zij moeten staan, zoals in Nehemia 2:17-18, “Komt, laat ons de muur van Jeruzalem herbouwen, ZODAT WIJ NIET LANGER EEN VOORWERP VAN SMAAD ZIJN” en “met krachtige hand vatten zij het goede werk aan” onder de krachtige inspiratie van “De God des hemels, Hij zal het ons doen gelukken en wij, Zijn knechten zullen ons gereedmaken en bouwen” en dat ondanks hoon en samenzwering van de saboteurs Sanballat, Tobia en Gesem. “Doch wij baden tot onze God en vanwege hun houding zetten wij dag en nacht een wacht tegen hen uit”. En Nehemia moedigde hen aan met deze woorden: “Vreest toch niet voor hen; denkt aan de grote en geduchte Here en strijdt voor uw BROEDERS, uw ZONEN en uw DOCHTERS, uw VROUWEN en uw huizen”. En in Neh. 4:23: “wij kwamen niet uit de kleren”! Wat een toewijding en volharding onder zware tegenstand! ZWARE tegenstand! Ze vielen elkaar NIET af, ook niet onder ZWARE TEGENSTAND!
“Doch wij baden tot onze God en vanwege hun houding zetten wij dag en nacht een wacht tegen hen uit”, lazen we in Neh. 4:19. Wat een toewijding in gezamenlijk gebed, de leider voorop! En wat een voorbeeld van leiderschap geeft Nehemia in hoofdstuk 5:14-19!!! Het resultaat was dan ook “dat IK DE MUUR HERBOUWD HAD en dat daarin GEEN BRES MEER WAS OVERGEBLEVEN”.
Dan komt de laster dat Nehemia “volgens dat zeggen hun koning worden” wil en in opstand komen! Wat een tweespaltdrijverij! En hoe standvastig was Nehemia in zijn onschuld! Hij liet zich geen opstandigheid aanpraten.

Laten wij ook standhouden IN DE NAAM VAN ONZE HEER JEZUS! In Zijn Wezen van zachtmoedigheid en nederigheid en waarheid. Laten we ootmoedig zijn tegenover allen die de HEER en de naaste liefhebben met een waarachtig hart. Laten we met de hele gemeente gezamenlijk Gods aangezicht zoeken in volkomen verootmoediging naar Hem toe en naar elkaar! Zoals we zondag zongen “as we gather to seek Your face!” Als we dat WEL zingen MAAR NIET DOEN, dan zijn wij RELIGIEUZE HUICHELAARS. Samen Gods aangezicht zoeken, zonder angst voor elkaar. Zonder ons met kunstgrepen af te schermen voor elkaar. Zonder gewilde nederigheid en zonder dat de een zich boven de ander op welke wijze dan ook, verheft, omdat dat EEUWIG haaks staat op de HEER. En laat niemand zichzelf te gering achten om dat te doen wat God van hem of haar vraagt.
Wij zijn met je om zo de ware gemeente van God te worden en het Werk te doen.
Met broederlijke groet,”

Hieronder de bijlage als hierboven vermeld:
“Wie in Mijn vrijheid wil staan, zegt JEZUS, die verloochene zichzelf en de opvattingen van de wereld en make zich Mij eigen. Want alleen Ik kan u waarlijk vrijmaken. Waarlijk vrij betekent vrij door de liefde en de waarheid en dat zal tevens uw gerechtigheid en uw vrede zijn. Want Ik ben niet van de wereld, zegt de HEER, noch van de beginselen van de wereld, want zij staan haaks op Mij en trachten Mij voortdurend te doden en hebben Mij gedood naar het lichaam, maar naar het inwendige ben Ik hun Meester en ben Ik niet te doden. Dat is dan ook MIJN VRIJHEID.
Maak u daarom Mij eigen, Mijn kinderen, maak u MIJ steeds meer tot uw inwendige mens. Ik maak u waarlijk tot Mens door de Vader in Mij, door de liefde van de Zoon tot de Vader en door de liefde van de eerstgeboren Zoon tot Zijn moeder en Zijn broeder en Zijn zuster, degenen die de wil Mijns Vaders doen en de Liefde van de Vader tot het verlorene gehoorzamen, zoals Ik heb gedaan en blijf in Zijn Liefde.
Wie zich Mij eigen maakt, die maakt zich het Eeuwige Leven eigen, het Leven van de Vader dat in Mij is: Zijn Liefde, Zijn Wijsheid, Zijn Goedheid, Zijn Waarheid, Zijn Genade en Trouw, Zijn Vrede en Zijn Gerechtigheid die alle ook de Mijne zijn, die Ik Mij als mens heb eigen gemaakt en eigen maken moest ter wille van u.
Ik heb Mijzelf daartoe moeten verloochenen, dat wil zeggen, de begeerten van Mijn vlees, dat Mij tot lichaam en verbinding met deze wereld was. Maar als een voorhangsel, waarachter Ik afgescheiden van de zondaren woonde. Op Mij kwamen alle verzoekingen van de wereld af, zoals op u: de begeerte naar macht, naar geld, eer en aanzien, de begeerte van een man naar een vrouw en die van vrouwen naar Mij als man, de verleiding om anderen te verbijsteren met wonderen en om die Mijzelf ten nutte te maken naar de wijze van deze wereld. De verleiding om anderen uit te buiten of om ze om valse redenen achter Mij aan te trekken. Ik ben integer, zegt de HEER, en al Mijn wegen zijn integer.
IK BEN ABSOLUTE INTEGRITEIT: ONKREUKBAAR, ONSCHENDBAAR, RECHTSCHAPEN EN NOCHTANS BEN IK DAT HAND IN HAND MET MIJN LIEFDE, GENADE EN BARMHARTIGHEID.
Alle begeerten van deze wereld heb ik weerstaan door de liefde tot de Vader in Mij, dus door Mijn gemeenschap met Hem in Mij en niet door enige superkracht van Mijzelf Die toch mens was in een vlees aan dat der zonde gelijk!

Daarom kunt ook u die MIJ door de wedergeboorte in uzelf ontvangen hebt en met Mij de Vader in Mij, alle begeerten der wereld vanaf nu weerstaan op gelijke wijze als Ik overwonnen heb, door uw gemeenschap met de Vader en Mij in u. En u zult van daaruit in Mijn Vrijheid staan, zegt Jezus, Die voor u stierf op de Schedelplaats, alwaar Ik, in zwakheid, de kop van de slang vermorzeld heb, de zonde IN HET VLEES veroordeeld heb, de PRIJS VOOR UW VRIJHEID HEB BETAALD en u de weg getoond heb tot Mijn Vrijheid en tot de volkomenheid die uit haar voortvloeit door uw gemeenschap met Mij in Mijn Liefde om voor DE GEHELE WERELD te willen sterven en uw gemeenschap daardoor in Mijn Opstanding die daarop MOEST VOLGEN EN OOK IN U MOET VOLGEN ALS U MET MIJ ZULT STERVEN. En DAARDOOR breng IK de redding van de wereld tot stand, zegt de Alpha en de Omega, het Begin en het Einde!”

Een ander praktijkvoorbeeld:
“Broeder,
Afgelopen zondag was ik voor de tweede keer weer in de gemeente, na enkele jaren afwezigheid. De dag stond in het teken van de lijdende, c.q. vervolgde, Kerk. Daar ging landelijk een bidstond op vrijdagavond/nacht aan vooraf. Kennelijk had het onderwerp je aangegrepen. Ik genoot van je felheid aan het begin van de samenkomst. Ik zou nog wat willen toevoegen aan het gezegde over deze vervolgde kerken. Niet uit de verf kwam bijvoorbeeld dat in de voormalige Sovjet Unie, de vervolging van vrije gemeentes vnl. door de Orthodoxe Kerk van Rusland wordt geïnitieerd, daarbij uiteraard hoererend met de civiele machthebbers. Hier vervolgt dus de ene Kerk de andere.
Ook niet uit de verf kwam dat in ons eigen land dezelfde vervolging van Kerk tegen kerk net zo goed plaats vindt. Hoevelen, die met de Pinksterervaring in aanraking kwamen de afgelopen vier decennia, hebben niet onder dwang hun Kerk moeten verlaten of moeten buigen voor het regerende (meestal “behoudend” genoemde) regime, omdat er geen ruimte was voor het tot dan onbekende in eigen kring? Is dat niet een vervulling van wat de HEER zegt in Mat 10:16-23 en Joh 16:2-4?
Waarom moet Gods orde, want Pinksteren wordt toch kennelijk veroorzaakt vanuit Gods Orde, toch telkens weer onderworpen worden aan “onze” kerkorde, waarvan we echter altijd beweren dat dàt Gods orde is? Waarom moet de vrijheid die Gods Geest in ons werkt steeds aan banden gelegd worden door onze structuren? Door ons “kerkelijk” denken? Door onze “godsdienst”, door onze bekrompen opvattingen en vermeende godsorde?
Als het Nieuwe Testament spreekt van groei in de gemeente, “van dag tot dag vernieuwd worden” (uiteraard door Zijn Geest die in ons woont), zegt Paulus in 2 Cor 4:16, hoe kunnen er dan toch ooit beperkingen voor die groei opgelegd worden binnen de gemeente? En dat kan natuurlijk altijd alleen maar gedaan worden door degenen die zeggen en waarvan de leden moeten geloven, dat zij door God over (!) de gemeente zijn aangesteld. Zouden niet juist de leiders die vrijheid moeten voorstaan, omdat toch juist zij geacht moeten worden meer dan alle anderen in die vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen Gods te staan? Waarom zouden zij anders als voorgangers en oudsten beschouwd moeten worden? Toch alleen maar omdat zij vóór gaan in de weg des Heren, voorop lopen, wegbereiders zijn, het voorbeeld moeten geven hoe de weg van Christus gegaan moet worden. Zoals Paulus zegt in 1 Cor 11:1, Filip 3:17 en 1 Tim 1:16?
Is het niet zo dat in de praktijk van het functioneren van de christelijke gemeente, de functies van voorgangers en oudsten veel meer ambtelijke taken blijken te zijn, dan geestelijke, dan geestelijk verworven dienen? Dat degenen die die ambten bekleden, dat meer doen op grond van natuurlijke kwaliteiten of ambities of beschikbaarheid, dan o.g.v. geestelijke verworvenheden? (Al noemen we die natuurlijke dingen en op natuurlijke wijze verworven kennis van de Bijbel ook vaak geestelijke dingen).
Is het voorgangerschap van Paulus niet een heel ander geweest, dan wat wij vandaag de dag en de afgelopen 19 eeuwen hoofdzakelijk gezien hebben? Dat zouden al zijn brieven en vooral ook wat hij tegen de oudsten van Efeze zei, toen hij hen in Milete bijeen riep, ons en onze voorgangers toch moeten leren? Zie bijv. Hand. 20: 28-35, met nadruk op vers 31.
Ik heb de indruk gekregen gedurende de 38 jaar dat ik christen ben, afkomstig uit een volslagen onchristelijk milieu, dat het met de vrijheid van en gehoorzaamheid aan de Geest van Jezus in het Volle Evangelie (e.d. gemeentes) toch ook niet altijd is om over naar huis te schrijven (behalve dan om het disfunctioneren in die gemeentes aan de kaak te stellen). Er kan heel veel stil leed zijn. Er kan heel veel (doodse) druk gevoeld worden in samenkomsten. Heel veel “vertrapping met de hoeven”, zoals Ezechiël 34 dat uitdrukt. Het erge daarvan is, dat men het eigenlijk niet mag zeggen. Dat zou immers worden opgevat als kritiek op de leiding, ja zelfs op God.

“De HEER zal Zelf wel ingrijpen”, krijgt men meestal te horen, als men z’n mond toch eens durft open te doen tegen een collega-gemeentelid. Of: “Jij lijkt mij niet de aangewezen persoon om daar iets over te zeggen!” Dat de HEER juist vaak moet ingrijpen door mensen die HEM nog kunnen verstaan, ontgaat de meesten. En ook grijpt de HEER nooit meer anders in dan door de kracht van het evangelie. Want juist het evangelie is de oplossing voor de problemen! Als men die weg niet wil gaan, die weg van zelfverloochening ter wille van Christus in ons, dan is er geen oplossing, dan is er alleen nog verdere verstikking, de kanker en de dood, Opb. 21:7-8; 22:14-15; 2 Timotheüs 2:17.
Er is maar EEN weg ten eeuwigen leven. En die weg is blijvende groei in Christus, door gehoorzaamheid aan de werking van Zijn Geest in ons. Dat is gehoorzaamheid aan Hem, de HEER, onze Vader van Eeuwigheid, van Wie de Geest immers uitgaat en die ons met Hem eeuwig van binnen verbindt. Omdat de HEER de GEEST en de WAARHEID IS.
Zouden voorgangers c.s. zich niet moeten realiseren dat elke gedragsbeperking die zij gemeenteleden opleggen, beperkingen zijn van de leiding door de Geest van die leden? Een inbreuk dus op die Leiding!? Wat neerkomt op willen heersen over de HEER! Dus neerkomt op het verwerpen van hemelse heerschappij, terwijl het kerkelijk denken juist meent dat de hemelse heerschappij uitgeoefend wordt d.m.v. de ambten en de ambtelijke of kerkelijke structuren! Geenszins! Grotere dwaling is er in de Kerk niet binnengeslopen dan die! Spreekt men niet als ware het de gewoonste zaak van de (kerkelijke) wereld, over “gedelegeerd gezag” in de gemeente? Men meent als voorgangers/oudsten gezag te hebben over de leden! Alsof de HEER hen dat ooit gegeven zou hebben!
Wat leert de HEER ons dan Zelf over leiderschap in Joh 13:1-17; Mat 20:25-28; Mt 23: 5-13 en 34-39; Mk 10:37-45; Lk 9:46-50 en 22:24-32? Over wie gaf de HEER hen echter gezag? Luk 10:17-20: Over de gehele legermacht van de vijand, in Zijn Naam en niet anders. Verder: Mt 10:1; Mk 3:13-15; 6:7 en 16:17-18; Lk 9:1; voorts Mt 28:18-19; Jh 20:21. JUIST om d.m.v. die macht de vrijheid van Christus in de gemeente te kunnen garanderen.
Oudsten e.d. dienen er juist op toe te zien dat de groei van de leden in Christus juist door die vrijheid gewaarborgd blijft. Die vrijheid kan er alleen maar zijn als de Geest des HEREN werkelijk wordt gekend en onderkend en men zich erdoor laat leiden en het doel waarvoor de GEEST ons is gegeven blijvend wordt nagejaagd. Als het doel van onze roeping dus blijvend wordt nagejaagd. Dan zijn wij immers pas Zijn huis?! Niet zij die zeggen “des HEREN Tempel, des HEREN Tempel, des HEREN Tempel zijn wij”, maar waar dat waar is door de levende werking van Zijn Geest in ons, zijn wij Zijn Tempel.
Elke gemeente kan binnen de kortste keren vervallen van geestelijk naar vleselijk. Dan gaan de vormen belangrijker worden dan de inhoud. De dood in de pot. Sardes, Laodicea. Er blijft een schijn van godsdienst over, maar de kracht ervan is weg, wordt metterdaad verloochend, zo niet verraden. Zoals in Sardes enigen zich niet lieten meeslepen, maar de anderen blijkbaar toch niet merkten dat de dood in de pot was! Zoals in Laodicea de hele club zeer ernstig dwaalde, volgens de HEER, maar men dat met zijn allen niet eens wist! Zoals het telkens weer met Israël fout ging. Het “normale” stagneren van het leven door de Geest, zoals de HEER zei, in de gelijkenis van de zaaier.
En wij? Als ik mij zou aansluiten bij de gemeente, wat kan ik dan verwachten? Ik heb de HEER JEZUS lief, boven alles en met Hem Zijn Vrijheid. Alleen door blijvende groei, kan Hij blijvend in mij zijn. Dat geldt voor ons allen. De HEER leeft en wat leeft, groeit. Er is een expansiedrang in, zoals het zendingsbevel die inhoudt. Er is in Zijn Liefde expansiedrang en gemeenschapsdrang. Verenigen, uitbreiden, verenigen, uitbreiden, enz. tot aan het uiterste der aarde. Tegen de verdrukking in, die als regel in de eerste plaats van de eigen geloofs- of volksgenoten komt.
Vele gemeenten zien zichzelf graag als een schuilplaats, zo ook deze. Wat voor schuilplaats is de gemeente? Is de HEER de Levende Schuilplaats in deze schuilplaats? Is er schuilplaats voor Hem? Is Hij de Liefde waardoor er alleen maar Schuilplaats kan zijn? Of verstikken de mensen onder de liefde voor de eigen orde en de eigendunkelijke godsdienst? Welke liefde heerst? Liefde tot het volkomene, dat de HEER verwacht, volgens Mattheüs 5:48, bij Zijn komst? Is niet die Liefde het volkomene zelf, volgens 1 Cor 13?
Mag ik hier een antwoord op van je?
Met broederlijke groeten “

Antwoord van de geadresseerde voorganger:
“Beste,
Als reactie op jouw e-mail het volgende:
Kom een tijdje in ‘de Schuilplaats’ en beoordeel zelf of het een gemeente is waar jij je thuis voelt, waar je God kunt dienen. Ik stel voor dat we dan in september elkaar eens ontmoeten om hierover van gedachten te wisselen.
Met vriendelijke groeten,”

Tweede brief van de eerste schrijver n.a.v. dit antwoord:
“Dank voor je reactie. Ik zie er naar uit om een gesprek met je te hebben. Ik neem mijn positie als christen zeer serieus. Zo ook mijn positie in de Gemeente Gods, welke gemeente dat dan ook is. Er is mij niets liever dan samen met alle heiligen (!) één van Geest met Jezus te worden. Daartoe span ik mij in, in Zijn Gemeente, opdat die gemeente tot Zijn doel met haar komt.
En Hij heeft Zijn doel zeer hoog gesteld, volgens Eigen zeggen en volgens het getuigenis van al Zijn apostelen en profeten door Zijn Geest in hen, zoals dat in de Bijbel is bewaard. Ik kan God niet anders dienen dan volgens dat doel en die maat van volkomenheid. Daar heb ik al mijn andere liefdes of neigingen voor leren opzij zetten, me zelf leren verloochenen, zoals de HEER dat nu eenmaal van ons moet vragen om blijvend vol van Hem te kunnen worden.
Ik meen dat ik wel wat van de HEER heb ontvangen om in Zijn Gemeente dienstbaar mee te kunnen zijn, zoals Efeze 4:16 en 1 Cor 14:26 zeggen, dat wij behoren te doen en ook daarbuiten. En ik verlang er ook altijd naar om dienstbaar te zijn door Christus in mij en op geen andere wijze. Maar ik haat elk leugenpad en elke leugenlip, in het bijzonder die het Woord Gods verdraait en zo het evangelie vervalst, al zoveel eeuwenlang, zodat velen vandaag de dag nog steeds als zoete koek slikken, wat je reinste hellespinsels zijn, aangaande de weg tot behoud. Van dit conflict getuigen heel Psalm 119 en 120. Trouwens de HELE Bijbel gaat over dat conflict! Sloeg Kaïn Abel al niet dood?
Het lijkt misschien net, of ik mezelf hier zit aan te prijzen, maar dat is toch niet mijn bedoeling. Ik wil wel Christus aanprijzen, die voor ons gestorven is en opgewekt en door wiens bloed wij zijn gekocht en betaald tot Zijn Eigendom, om Zijn rechtvaardigen te worden. Ik heb nu eenmaal het verlangen, om helemaal voor HEM te gaan. Zonder pardon t.a.v. de vijand, vooral ook die zich in het “vrome” vlees genesteld heeft. Evenwel vol geduld, barmhartigheid en lankmoedigheid t.a.v. mijn mede-christenen, maar er wel met alle zachtmoedigheid bij hen op aandringend tot dezelfde volledige overgave aan de HEER te komen, als blijk van hun liefde voor Hem, opdat Christus in hen gestalte krijgt en tot volheid komt. Er is tijd genoeg (al veel te veel) voorbijgegaan bij ons christenen, met het volbrengen van de wil der heidenen! Het is hoog tijd om wakker te worden en vurig van Geest voor de HEER en Zijn Zaak te worden. Ons te heiligen voor Hem, ter wille van de verlossing van de ganse schepping. Dat is in ieder geval op het hart van onze hemelse Vader.
De wil van God kan alleen door de Gemeente van God gedaan worden! Iedere keer als wij in “Het Onze Vader” “Uw wil geschiede” bidden, geldt dat ons en niet de wereld. Wij zijn het licht der wereld, maar alleen door Christus in ons en het zout der aarde, ook alleen door Christus in ons en niet door alleen maar in Hem te geloven, dat Hij voor onze zonden gestorven is en het “aan het kruis heeft volbracht”. Opwekking begint daarmee, dat we het Woord Gods serieus nemen en het doel dat het Woord Gods met ons heeft, ons eigen maken: “Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is”, ”opdat wij zouden heengaan en vrucht dragen en onze vrucht zou blijven tot in alle eeuwigheid”. Wat alleen maar door Christus in ons kan.
Als dat licht van Christus niet in ons schijnt, zijn wij erger dan de wereld, wij verloochenen dan het evangelie; vijanden van het kruis van Christus zijn wij dan, honden, zegt Paulus in Filippenzen 3:2. Dat zou niet zo’n leuk getuigenis voor ons zijn.
Ik heb Jezus lief en ik acht het een schande als Hij tevergeefs voor mij (of voor ons) gestorven en opgewekt zou zijn. Ik ben liever vurig van Geest (door Hem in mij) met vervolgingen (binnen of buiten de gemeente) dan mee te heulen met de vijandelijke valse indoctrinaties en leegloperij.
Dit wilde ik dan ook nog graag met je delen. Laten we ons toch eens indenken wat de HEER met Zijn Gemeente wil! En ons dan eens eerlijk afvragen, of wij dat ook willen. Mijns inziens is de HEER erg veeleisend. Dat is Hij voor Zichzelf echter ook (en geweest, toen Hij nog in het aardse vlees was).
En omdat, volgens Hem, de slaaf niet boven de Meester staat maar het genoeg is voor de slaaf te worden als de Meester, daarom denk ik dat Hij van ons hetzelfde verwacht, c.q. eist (maar Hij laat ons vrij of wij dat doen of niet, maar ons loon zal er dan ook naar zijn), zoals m.i. zijn apostelen er ook over dachten en zij dat de gemeenten leerden. Daar stond en staat dan wel de heerlijkheid Gods in ruil tegenover!

Wij denken tegenwoordig heel gemakkelijk dat wij zonder heiliging de HEER ook zullen zien. De HEER heeft toch “alles volbracht”? Als deze leugen kan blijven zitten in de Gemeente Gods, zal het de Gemeente Gods dan nog wel blijven, c.q. zijn? Moge de Liefdevolle Waarheid des HEREN elke kwaadaardige leugen volledig uit de Gemeenten verdrijven! En moge Hij de benodigde instrumenten tot eervol gebruik daarvoor vinden! Moge Hij zulke geliefden vinden! Moge Hij zo gezegend worden vanuit ons midden! Geprezen zij U HEER, Die licht doet schijnen in de duisternis!!
Met vriendelijke groet,”

4.2 De gevolgen Acceptatie: afwerping van het menselijk systeem of non-acceptatie?

In vervolg op de in 4.1 weergegeven brieven en een aantal daarna, volgt nu de laatste van die serie, geschreven ongeveer een jaar na de eerste. De confrontatie.

“Beste,
Onderstaande brief zou zeer confronterend voor je kunnen zijn. Meer dan mijn vorige brieven. Maar je zou een grote fout begaan als je mij als een vijand van de HEER Jezus of van het Evangelie of van de Gemeente Gods ziet of zou gaan zien. Ik schrijf mijn brieven niet als een manifest voor rebellie. Ik ben echter wel erg bezorgd over de gang van zaken in de gemeente en in zoveel andere gemeenten. Dat heb ik al een jaar lang d.m.v. mijn brieven aan je laten blijken, c.q. duidelijk willen maken.
En ik ben nu zeer verwonderd over jouw bittere houding naar mij toe, die je sedert enkele maanden aan de dag legt. Het is blijkbaar al een tijdje oorlog in je hart, tegen mij. Als eerste openbare uiting, werd dat op de bidstond voor de evangelisatiecampagne (..) door je getoond. Ik mocht niet voor de moslims bidden! Je legde mij pardoes het zwijgen op. Prompt baden daarna drie anderen voor hetzelfde en die legde je niet het zwijgen op. Dat is toch niet mis te verstaan!
Er sluimerde blijkbaar al een tijdje iets bij je, omdat je in ons eerdere gesprek al vond dat ik mijn excuses aan (…) zou hebben aan te bieden, omdat ik haar orde verstoord zou hebben tijdens een bidstond. Maar ik bad toch echt in het kader van de campagne!
En nu weer in de bidstond van zondag 3 weken geleden. Nu was ik echter niet aan het bidden, maar jij was aan het bidden en ik voegde daar wat aan toe zoals ik wel vaker doe, ik bid mee. Je onderbrak je gebed nota bene en richtte je meteen heel geprikkeld tot mij. Vervolgens zei ik, REFEREREND AAN JE GEBED, dat je daarin beter geen vrede, vrede, kon roepen, als het geen vrede is! Daarmee doelde ik op die oorlog tegen mij in je hart, die blijkbaar al maanden aan de gang is. En op de valse vrede, de schijnvrede, die in de gemeente gecreëerd wordt door een autoritair leiderschap, door een Pax Romana gebaseerd op angst en een menselijke kerkorde in plaats van een Pax Christi als de band des vredes, gebaseerd op de werkelijke gemeenschap met Jezus! Daarop oordeelde je dat er een geest van rebellie in mij werkzaam was. Ik moest zwijgen, of vertrekken. Ik kon alleen maar hoofdschuddend reageren, maakte mijn keuze en vertrok. En dacht: “wat een inzicht, wat een waarheid, wat een gezag! O, HEER!”
Nooit en te nimmer heeft de HEER een autoritair stelsel ingevoerd van priesters die over het volk hadden te regeren ‘from the top down’. Noch in het Oude Testament onder Mozes, noch in het Nieuwe Testament. Ook heeft Hij nooit leiders aangesteld om te heersen over het geloof en de liefde van Zijn kinderen voor Hemzelf en hun naasten. Wel heeft Hij gezegd dat als het volk zo nodig een koning over zich wil hebben, die koning dan over hen zal heersen.
Al beroepen 1000 evangelische schrijvers van boeken over leiderschap zich vandaag de dag nog steeds op het naar hun idee Bijbelse from-the-top-down leiderschap van Mozes, al zouden alle Bijbelscholen ter wereld dat leren, de uitverkorenen Gods erkennen alleen het ware Leiderschap van de HEER en dat is toch ondubbelzinnig anders dan een autoritair gezag over mensen. Zo vunzig geslepen antichristelijk is dat alternatieve systeem, dat ook die uitverkorenen, ware het mogelijk erdoor verleid zouden worden! Zo gluiperig, met zo’n schijn van godsvrucht, maar de kracht en het wezen daarvan uitermate verloochenende!
Hoe lang zullen de hedendaagse Babylonische leiders nog volharden in hun heilloze weg en in hun bedriegerij waarmee zij het volk van God tot slaven van zichzelf en van hun dwaalleer maken? Hebben zij dan niets, werkelijk helemaal niets geleerd van de kerkgeschiedenis? Hoe kunnen zij nog steeds volharden in de priesterlijke dwalingen van Rome? Leren zij dàt dan níét op hun Bijbelscholen? Leren zij daar per slot van rekening alleen maar hoe je een kudde mensen met valse Bijbelse argumenten aan jezelf – maar voor het volk moet het heten aan God – kunt onderwerpen? Is dat Waarheid? Is dat een waar getuigenis afleggen van de Enige God, Die, in de gestalte van een dienstknecht in de persoon van Jezus Christus ons iets heel anders is komen leren, juist iets heel anders? Kan zo’n systeem ooit leiden tot het openbaar worden van de zonen Gods?

Onlangs, met Pinksteren, gaf je nog een preek, waarin je te kennen gaf dat de eerste gemeente driehonderd jaar lang alleen maar verdrukking had gekend. Je zei niet, waarom daarna niet meer! Maar je zei wel, dat je je realiseerde dat we ons leven voor het getuigenis van Jezus Christus zouden moeten willen geven. Maar hield die verdrukking toen misschien op, doordat de “Kerk” toen zelf een verdrukker en vervolger werd van christenen? Omdat de Kerk toen een op schrift gesteld instituut werd? Met een eigen “rechtsorde”! Maar een WANORDE bij God!
Daarom houd ik mij niet meer in. Juist in de Kerk niet! Opdat zij niet langer de kenmerken van een valse Kerk zal blijven vertonen. Of opdat het duidelijk wordt wat (van) de ware Kerk is en wat niet. Waar een valse leer en een valse, een Babylonische of daarmee vergelijkbare autoriteit wordt gepredikt, vindt men niet de ware Kerk.
Heb je je ooit wel eens verdiept in de problemen die de HEER in de loop der tientallen eeuwen had met “leiders”? Leren jullie daar ook niks over op jullie Bijbelscholen? Met wie had Hij het, toen Hij Zelf als Mens onder de mensen op Aarde was, het meest aan de stok? Toch met de kerkelijke “leiders”?! Met een priesterschare, die nota bene aan Hemzelf haar bestaansrecht ontleende, maar dit wel op geheel goddeloze wijze vervulde, zodat Hij uiteindelijk een veelvoudig WEE over hen moest uitspreken. Een priesterschap dat Hem uiteindelijk kruisigde!
Maar ook dàt wuiven de hedendaagse evangelische leiders weer heel gemakkelijk van zich af, want dat waren immers hardnekkige joden. De evangelische leiders geloven immers wèl in de HERE Jezus!? O, o, hoe zeer begeert de duivel (het valse spel der mensen in hun sluwheid die tot dwaling verleidt) toch voor Heilige Geest te spelen! Hoe zeer heeft hij het kerkelijk denken willen laten doorgaan voor Goddelijk denken! En hoevelen, leiders èn leken zijn daar niet ingetuind! “Die de hele (kerkelijke) wereld verleidt”, Openbaring 12:9. Evenzo wentelt de Roomse Kerk in de kanttekeningen van hun bijbel, alles wat er in die Openbaring aan Johannes staat over Babylon, af op het Romeinse Rijk!
Eerlijkheid is blijkbaar toch, als het om leiderschap en macht in de kerk gaat, erg moeilijk te handhaven. Zoals een Engels spreekwoord zegt: “Power corrupts, absolute power corrupts absolutely”.

Altijd steunen de “leiders” elkaar weer in het overeind houden van het systeem. Zo misleiden zij zichzelf en elkaar en het volk van God wordt de dupe en “zwerft rond op elke hoge heuvel” [Ezechiël 34:5-6] Toon het maar aan als dat niet zo is!
Wat weten of beseffen jullie eigenlijk van het zielengekreun in een mens? Of van het kreunen van de geest in de mens naar God? En wat weten jullie eigenlijk van vrijheid, de echte vrijheid die door Jezus Christus binnen in de mens wordt overgedragen aan diens ziel? Van de vreugde die daarbij hoort en die in de bijbel omschreven wordt als van het springen van de kalveren in de wei in het voorjaar, als ze na de lange winter in de stal weer het vrije veld gegund wordt!? Zodat ze met David voor de ark uit dansten, met tamboerijn en cimbel! Omdat ze de ark Gods binnenhaalden! Omdat ze de HEER JEZUS CHRISTUS binnenhaalden, Die hen heeft liefgehad dwars door de dood des kruises heen, ZIJN HEERLIJKHEID binnenhaalden!!! En daar uitzinnig van werden. Kunnen jullie wel echt uitzinnig worden? Of gaat dat de perken, jullie perken, te buiten? Is dat de perken te buiten gaan? Gods perken? Of dienen jullie die perken, die beperkingen van jullie eigen vlees en jullie valse schaamte, nu eindelijk eens zelf te buiten te gaan? Te kruisigen!?
Als jullie daar wel iets van begrijpen, hoe kunnen jullie je dan zo opwerpen als Babylonische leiders zoals jullie doen? Wat hebben jullie dan van Sion begrepen? Wat van het hemelse Jeruzalem? Wat van de vreugde des HEREN die onze sterkte is? Wat van Psalm 137? Kom daar maar eens met antwoorden voor! Preek daar maar eens over! Verantwoordt jullie je maar eens tegenover de gemeente! In plaats van door dictaat over haar te “regeren” en haar aan jullie normen te onderwerpen, die niet de normen van God zijn. De mond er vol van hebben dat je niet religieus bezig wilt zijn en wat is je praktijk? Dat is allemaal het gevolg van de religieuze doodskist die jullie getimmerd hebben, door jullie gemeente te grondvesten op een zelfgemaakte doodsorde, jullie kerkelijke statuten! Durf dit eens moedig onder ogen te zien!
Meen niet dat ik ook maar het minst geïntimideerd ben door een kwalificatie van het hebben van een geest van rebellie. De leiders hebben in de loop der eeuwen, al onder Mozes, meer tegen de HEER gerebelleerd dan uiteraard het volk dat zijn God kende. Maar al die leiders willen juist in de ogen van het volk als de echte leiders van God gezien worden. Lees toch de profeten eens als een spiegel voor “leiders”! En wat Paulus, Petrus, Johannes en Judas daarover schrijven. Hoelang weigeren jullie dat nog en blijf je roepen “vrede, vrede, terwijl het geen vrede is” en valt altijd weer het doodskleed in de bidstonden? Wanneer breken jullie nu eens, door de wortel en het geslacht van David, door de Geest van de HEER Jezus Christus Die de Wortel en het Geslacht van David is en Die toegankelijk is voor elke nederige van hart, door jullie eigen vlees heen? Wanneer geven jullie jezelf nu eens en voor altijd over aan de Geest van Jezus, in alles? Is de Geest van Jezus Christus wel in jullie? Onderzoekt dat eens. Hij heeft de kenmerken van David, Koning, Profeet, Psalmist en danser voor Gods Aangezicht bij uitstek! En moedige strijder! En zeer nederig! “O, Absalom, mijn zoon, O Saul, Jonathan, geliefden, O Joab, O Abner!, bewogen met vriend en vijand! En altijd bereid tot gesprek met hen!!!

Het feit dat je niet op mijn vorige brieven hebt gereageerd spreekt inmiddels voor mij boekdelen. Je enige reactie en conclusie op mijn brief van begin februari, die ik met een gedicht begon, was dat ik een autoriteitsprobleem had, vermoedelijk ontstaan in mijn jeugd! Wel, nu ik erover nadenk, inderdaad is dat ontstaan in mijn jeugd! Weet je wat we toen nog bij Vaderlandse gelegenheden, zoals Koninginnedag, zongen? “De tirannie verdrijven, die mij mijn hart doorwondt!” Dat herinner ik mij nog goed van de kleuterschool. Dat was kort nadat de nazi’s hier verdreven waren! Ik was in 1941 onder dat regime geboren! Rooms in een ander jasje! En daar onderwerp ik mij sinds 1987 nooit meer aan, als dat zich in de Kerk voordoet die zich Kerk van God noemt! Van dàt “autoriteitsprobleem” wil ik nooit genezen worden! Ik tracht de kerkelijke leiders waar die autoriteit werkt, de ogen daarvoor te openen. Eigenliefde, hoogmoed en heerszucht zijn de pijlers van de onderste hel!
Dat heeft Rome door de eeuwen heen bewezen, dat heeft Hitler bewezen, dat bewijzen alle autoritaire regimes van alle eeuwen, waar plotseling allerlei mensen verdwijnen. Regeren door angst in te boezemen. Hoeveel bloed kleeft er niet aan dat systeem! Omdat wij onze onafhankelijkheid van Rome (de Koning van Hispanje heb ik altijd geëerd!) met de wapenen van het vlees verworven hebben, is de religieuze heerszucht in andere vorm, middels de kerkenraad, sindsdien mooi in de Nederlandse Protestantse kerken blijven voortwoekeren. Kerkscheuring op kerkscheuring is erdoor ontstaan, omdat men het kruis van Christus voor zichzelf verwerpt. Men gelooft een valse leer als fundament der Kerk waar men zelf recht overeind mee blijft. En die zelfhandhaving leidt altijd tot heerszucht en terreur in de kerk. Over de zielen van mensen. Blijf het maar ontkennen. Vind dit maar hard en onchristelijk, wat ik schrijf! Hard en onchristelijk is dat heerszuchtige gedrag! Die ketterverbranderij en -verbanning! Lees toch, de HEER heeft het allemaal tevoren gezegd, bijvoorbeeld in Johannes 16:1-2! Laten jullie je terechtwijzen door de Schrift waaruit je zelf preekt?
“Mij treft geen blaam, ik heers als de alleen zuivere en zaligmakende koningin-kerk! Aan MIJ moeten alle volken gehoorzamen, IK ben de plaatsvervanger van Christus, de door God aangestelde leider, de opvolger van Petrus!”

Ik zou graag het standpunt van de leiders van de gemeente eens willen vernemen t.a.v. de Roomse Kerk en t.a.v. haar Paus. Wat dunkt u van de Roomse leer en van het Roomse kerkelijke systeem? Erkent u het gezag dat de paus claimt over alle christenen? Dus ook over jullie? Hoe leggen jullie Openb. 17:5,6 uit? Preek daar eens over!
Waar denk je dat Stefanus uiteindelijk om werd gestenigd!? In de ogen van die trouwe tempelaanhangers toch wel wegens “rebellie” tegen de tempel! Hoever ging Stefanus niet met hen mee in zijn betoog, “onze vaders” vanaf vers 11 in hoofdstuk 7 van Handelingen tot vers 45! Maar dan slaat het door de Heilige Geest om in vers 51 en ondanks dat hij straalt als een engel, wordt hij gruwelijk door hen vermoord. En waarom? Omdat hij hun tempel in hun ogen aantast door te zeggen dat God niet in tempels van mensen, met handen gemaakt, woont! Zoals Hij ook niet woont in organisaties of organisatiestructuren, evenzo bouwsels van mensen! Zulke Godsgetuigen dienen dan niet te blijven leven, zoals Paulus later ook niet meer behoorde te blijven leven in de ogen van de samenzweerders tegen zijn leven. Net zo min als de HEER Zelf behoorde te blijven leven in hun midden! Hij was Zelf wel de allergrootste rebel in hun ogen. Inderdaad, in de ogen van de duivel, hun vader!
Broeder, broeders, wordt toch wakker en wordt mannen Gods als Abram, Mozes, David en Elia. Wie is jullie vijand nu eigenlijk? Onderwerp het leger Filistijnen, het leger protestantse leerregels en opvattingen over het evangelie en over de Kerk toch eens aan de Waarheid van de Geest van Christus! Die Filistijnen houden hele volksstammen in de greep. Omdat jullie, zoals Saul en met hem geheel Israël, hen niet versloegen! Ze stonden te sidderen! David moest er toen aan te pas komen. Zo ook nu! Lees Ezechiël 34 toch eens en nog eens! De broers van David deden echter net of David hun vijand was! En Saul later evenzo en nog erger. “Naar eer en geweten”!!!

Ik ben benieuwd of je het op hebt kunnen brengen deze brief uit te lezen. Toch heb ik hem geschreven met de liefde van God, de genade van mijn HEER Jezus Christus en de gemeenschap met de Heilige Geest in mijn hart, voor jou en voor de Gemeente Gods! Maar ik regeer niet over jouw hart. Als je Jezus daar niet laat regeren, zullen wij nooit één worden. Ik weet dat het getuigenis dat ik hier heb afgelegd zeker en waar is. Ik zal het ook aan anderen laten lezen. Ieder toetse zelf wat waar is en uit welke G/geest iets geschreven wordt. De echte Waarheid maakt VRIJ!

Dus, beste, Gods zegen gewenst bij het verwerken van deze brief en daarmee al het goede dat Hij met ons wil delen! Vanuit Zichzelf! Vanuit Zijn Eeuwige Vaderhart! Vanuit Zijn Liefde! Vanuit Zijn Waarheid en Volheid!”
De in de Bijbel opgetekende confrontaties van de profeten – die van de HEER – met de van Hem afgevallen wereld zijn legio. Wat ging er vooraf aan de Zondvloed? Alles wat daaraan voorafging, vanaf Adam heeft de HEER zeer uitvoerig te kennen gegeven in de bijzondere openbaringen aan de Oostenrijkse profeet Jakob Lorber in de negentiende eeuw, tot wie Hij sprak door het Innerlijk Woord. In de Huishouding van God laat Hij ons weten in ongeveer 1500 bladzijden hoe Hij handelde met de geslachten van Seth en van Kaïn. Hoe Hij aan hen verscheen, Zijn onderwijs aan hen, hoe Hij de afgevallen lijn van Kaïn terugbracht door evangelisatie vanuit de lijn van Seth. Maar voor deze nieuwe openbaringen evenals voor die aan Swedenborg is het woord van de HEER van toepassing, wat Hij zegt in Lukas 18:8b “Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan nog geloof vinden op aarde?”

4.3 Het oordeel over de valse herders en hun volgelingen
Johannes 12:48 “Wie Mij verwerpt en mijn woorden niet aanneemt, heeft een, die hem oordeelt: het woord, dat Ik heb gesproken, dat zal hem oordelen ten jongsten dage.“
Want was het al niet geschreven in de profeten?
Jeremia 23:1 “Wee de herders, die de schapen welke Ik weid, verderven en verstrooien, luidt het woord des HEREN.”
Jeremia 25:34 “Jammert, o herders, schreeuwt het uit! Wentelt u in het stof, o gebieders der kudde; want voleindigd zijn uw dagen, dat gij geslacht wordt. Ik zal u verbrijzelen en gij zult neervallen als kostbaar vaatwerk.”
Ezechiël 34:2 “Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tot hen, tot die herders: zo zegt de Here Here: wee de herders van Israël, die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden?”
Ezechiël 34:9-10 “daarom, gij herders, hoort het woord des HEREN. Zo zegt de Here HERE: Zie, Ik zal die herders! Ik eis mijn schapen van hen terug, en Ik zal een eind maken aan dat schapenweiden van hen. De herders zullen niet langer zichzelf weiden, Ik zal mijn schapen uit hun mond redden, zodat die hun niet meer tot voedsel dienen. “
Jesaja 56:10-11 “De wachters zijn blind, zij allen hebben geen kennis, zij zijn allen stomme honden, die niet kunnen blaffen; dromend liggen zij neer, zij hebben de sluimering lief. En deze honden zijn vraatzuchtig, zij kennen geen verzadiging; zij zijn herders, die niet weten acht te geven, zij wenden zich allen naar hun eigen weg, ieder naar zijn gewin, niemand uitgezonderd.”

Wat schreef Paulus ook alweer over hen in Filippenzen 2:21; 3:2, 18 en 19?
Mattheüs 21:33-45 “Hoort een andere gelijkenis. Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en er een heg omheen zette, en er een wijnpers in groef en een toren bouwde; en hij verhuurde die aan pachters en ging buitenslands. Toen nu de tijd der vruchten naderde, zond hij zijn slaven naar die pachters om zijn vruchten in ontvangst te nemen. Maar de pachters grepen zijn slaven, sloegen de ene, doodden de andere en stenigden een derde. Hij zond weder andere slaven, nog meer dan eerst, en zij behandelden hen op dezelfde wijze. Ten laatste zond hij zijn zoon tot hen, zeggende: Mijn zoon zullen zij ontzien. Maar toen de pachters de zoon zagen, zeiden zij tot elkander: Dit is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden om zijn erfenis aan ons te brengen. En zij grepen hem en wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem. Wanneer nu de heer van de wijngaard komt, wat zal hij met die pachters doen? Zij zeiden tot Hem: Een kwade dood zal hij die kwaden doen sterven en de wijngaard zal hij verhuren aan andere pachters, die hem de vruchten op tijd zullen afleveren. Jezus zeide tot hen: Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Here is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen? Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt. En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden, en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen. En toen de overpriesters en de Farizeeën zijn gelijkenissen hadden gehoord, begrepen zij, dat Hij hen bedoelde.”
4.4 De overwinning in de wederkomst des Heren in en met de overwinnaars
Openbaring 3: 14-22 “En schrijf aan de engel der gemeente te Laodicea: Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods: Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen. Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet, dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte, raad Ik u aan van Mij te kopen goud, dat in het vuur gelouterd is, opdat gij rijk wordt, en witte klederen, opdat gij die aandoet en de schande uwer naaktheid niet zichtbaar worde; en ogenzalf om uw oogleden te bestrijken, opdat gij zien moogt. Allen, die Ik liefheb, bestraf Ik en tuchtig Ik; wees dan ijverig en bekeer u. Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop. Indien iemand naar mijn stem hoort en de deur opent, Ik zal bij hem binnenkomen en maaltijd met hem houden en hij met Mij. Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon. Wie een oor heeft, die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.”
Openbaring 19:1-2 ”Hierna hoorde ik als een luide stem ener grote schare in de hemel zeggen: Halleluja! Het heil en de heerlijkheid en de macht zijn van onze God, want waarachtig en rechtvaardig zijn Zijn oordelen, want Hij heeft de grote hoer geoordeeld, die de aarde met haar hoererij verdierf en Hij heeft het bloed zijner knechten van haar hand geëist”.
Vers 7-9: “Laten wij blijde zijn en vreugde bedrijven en Hem de eer geven, want de bruiloft des Lams is gekomen en zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt en haar is gegeven zich met blinkend en smetteloos fijn linnen te kleden, want dit fijne linnen zijn de rechtvaardige daden der heiligen. ”En hij zeide tot mij: Schrijf, zalig zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal des Lams. En hij zeide tot mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God.”
Openbaring 22:12-17 “Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om eenieder te vergelden, naar dat zijn werk is. Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde. Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet. Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden, om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende Morgenster. En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En wie het hoort, zegge: Kom! En wie dorst heeft, kome, en wie wil, neme het water des levens om niet.”

Vervolg deel 5

Dit bericht is geplaatst in Artikelen AGH. Bookmark de permalink.