Her-evangelisatie, deel 3

Inwendige zending en evangelisatie binnen de kerk(en)

Dit artikel over her-evangelisatie bestaat uit 5 delen. Te weten:

Deel 1

  1. Inleiding: Wat is er aan de hand in de Kerk? (Blz. 1-2)*

Deel 2

  1. Waar gaat de Nieuwtestamentische kerk eigenlijk over? (Blz 3-19)*
    2.1 De oorspronkelijke of geestelijke kerk
    2.2 Wat ging er mis? Het verval van de kerk. De afval

Deel 3

  1. Wat is de essentie van het evangelie? (Blz. 20-35)*
    3.1 Het Eeuwig Evangelie
    3.2 Hoe krijgen we deel aan de volmaaktheid?
    3.3 Hoe vallen we ervan af? De menselijke heerschappij in de kerk

Deel 4

  1. Aan de slag: her-evangelisatie (Blz 36-53)*
    4.1 predik de Hemelse Waarheid in alle kerken, uitgaande van het principe:
    eerst de Jood en dan de Griek
    4.2 de gevolgen: acceptatie: afwerping van het menselijk systeem of non-
    acceptatie: de vervolging
    4.2 het oordeel over de valse herders en hun volgelingen
    4.3 de overwinning in de wederkomst des Heren in en met de overwinnaars

Deel 5

  1. Herhaling van het plan van God (Blz. 54-57)*
  2. Samenvatting
  3. Voetnoten
  4. * NB. De bladzijde nummers verwijzen naar het integrale artikel.

Definitie:
Onder evangelisatie wordt hier verstaan: het prediken van het evangelie van Jezus Christus, zoals Jezus en Zijn apostelen dat hebben gedaan met als doel de verwekking van alle mensen tot kinderen van God en hun voortschrijdende ontwikkeling tot gelijkvormigheid aan het beeld van Christus, waarvan in de hele Bijbel getuigenis wordt afgelegd: “Gij dan zult volmaakt zijn, zoals uw hemelse Vader volmaakt is”, wat de wedergeboorte uit de Geest is, Mattheüs 5:48; Genesis 1:26-27; Romeinen 8:29; Efeze 4:13-15; 1Johannes 3:1-3,9.

DEEL 3. Wat is de essentie van het evangelie?

Het evangelie is de blijde boodschap dat God Zich in Christus met ons mensen verzoende.
2 Corinthe 5:18-19 “En dit alles is uit God, die door Christus ons met Zich verzoend heeft en ons de bediening der verzoening gegeven heeft, welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun hun overtredingen niet toe te rekenen, en dat Hij ons het woord der verzoening heeft toevertrouwd.”
Romeinen 5:10 Want indien wij, vijanden zijnde, met God verzoend zijn door de dood Zijns Zoons, veel meer zullen wij, verzoend zijnde, behouden worden in Zijn leven. [SV]
Het woord “evangelie” treffen we in verschillende betekenissen in de Bijbel aan en altijd houdt dit verband met oproepen tot bekering en terugkeer naar God.

  1. Het evangelie van het Koninkrijk: Mt 4:23; 9:35; 24:14; 26:13
  2. Het evangelie van Jezus Christus: Mk 1:1
  3. Het evangelie Gods: Mk 1:14; Ro 1:1; 15:16; 2 Co 11:7; 1 Th 2:2,8-9; 1 Pe 4:17
  4. Het evangelie: Mk1:15; 8:35; 10:29; 13:10; 14:9; 16:15; Hd 15:7; Ro 1:16; 10:16; 11:28; 1 Co 4:15; 9:18,23; Ga 2:5,7,14; Ef 3:6; 6:19; Fp 1:5,7,12,16; Fp 2:22; 4:3; Cl 1:5,23; 1 Th 2:4; 2 Tm 1:8,10; Fl 1:13; He 4:2,6; 1 Pe 1:12,25; 4:6
  5. Het evangelie van de genade Gods: Hd 20:24
  6. Het evangelie van Zijn Zoon: Ro 1:9
  7. Mijn (Paulus’) evangelie: Ro 2:16; 16:25; 1 Co 15:1; 2 Co 4:3; Ga 1:11; 2:2; Fp 4:15; 1 Th 1:5; 2 Th 2:14; 2 Tm 2:8
  8. Het evangelie van Christus: Ro 15:19; 2 Co 2:12; 9:13; 10:14; Ga 1:7; Fp 1:27; 1 Th 3:2
  9. een ander evangelie: 2 Co 11:4; Ga 1:6
  10. Het evangelie uwer behoudenis: Ef 1:13
  11. Het evangelie des vredes: Ef 6:15
  12. Het evangelie van onze Here Jezus: 2 Th 1:8
  13. Het evangelie der heerlijkheid van de zalige God: 1 Tm 1:11
  14. Het eeuwige evangelie: Opb. 14:6

Hieruit destilleren we één groot gegeven, het gaat in de hele Bijbel maar om één zaak: Keer terug tot gemeenschap met God met als beoogde doel “Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is”, Mattheüs 5:48! Dàt is [voor eeuwig] behouden worden!
Het evangelie – de blijde boodschap – is de boodschap van terugkeer tot God voor ieder mens met de voltooiing of voleinding van die mens tot doel:
Hebreeën 12: 22-23 “Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en tot tienduizendtallen van engelen, en tot een feestelijke en plechtige vergadering van eerstgeborenen, die ingeschreven zijn in de hemelen, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten der rechtvaardigen, die de voleinding bereikt hebben”.
Hebreeën 3:6 “Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de hoop, waarin wij roemen, tot het einde onverwrikt vasthouden.”

Welke hoop?
1 Johannes 3:2-3 “Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen; maar wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is. En een ieder, die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, gelijk Hij rein is.

3.1. Het Eeuwig Evangelie
Het evangelie is de verkondiging van de komst van Christus als Middelaar voor ieder mens en als Zaligmaker in ieder mens. Hij is de Hoop door Wie de terugkeer tot God voor alle volken mogelijk is gemaakt, terugkeer tot de staat die elk mens vanuit God ontving bij zijn oorspronkelijke schepping. Deze komst en dus de mogelijkheid tot terugkeer, wordt al meteen aan het eerste echtpaar op Aarde aangekondigd, nadat zij gezondigd hadden:
Genesis 3:15 “En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.”

In dit verband citeer ik een gedeelte uit het werk van Emanuel Swedenborg, die in de achttiende eeuw door de HEER onderwezen werd aangaande de innerlijke betekenis van Genesis, Exodus en de Apocalyps en van vele andere Bijbelse teksten, waaruit een buitengewone innerlijke eenheid in de ganse Heilige Schrift blijkt. Uit zijn werk: Hemelse Verborgenheden, de uitleg van Genesis 3:15:

“Het is vandaag de dag voor niemand verborgen, dat dit de eerste profetie van de Komst van de Heer in de wereld is; uit de woorden zelf is het ook duidelijk te zien. Hieruit en uit de profeten weten ook de Joden, dat de Messias komen zal. Maar nog niemand weet wat er in het bijzonder verstaan wordt onder de slang, de vrouw, het zaad van de slang, het zaad van de vrouw, onder de kop van de slang, die Hij vermorzelen zal, en onder de verzenen welke de slang kwetsen (vermorzelen) zal, om welke reden dit zal worden uitgelegd.
Onder de slang wordt hier in het algemeen al het kwade verstaan, in het bijzonder de eigenliefde; onder de vrouw de Kerk; onder het zaad van de slang alle ongeloof; onder het zaad van de vrouw het geloof in de Heer; onder Hem de Heer Zelf; onder de kop van de slang de heerschappij van het kwade in het algemeen en van de eigenliefde in het bijzonder; onder vertreden het terneerdrukken, zodat zij op de buik gaat en stof eet; onder verzenen het laagst natuurlijke, zoals het lichamelijke dat de slang zou kwetsen.

E. Swedenborg, Hemelse Verborgenheden, nummer 251.

“Dat onder de slang al het kwade in het algemeen en de eigenliefde in het bijzonder verstaan wordt, komt, omdat al het kwade uit het zintuiglijke en voorts uit het wetenschappelijke, eerder door de slang aangeduid, is ontstaan; vandaar betekent zij nu het kwade zelf in elke vorm, en in het bijzonder de eigenliefde of de haat jegens de naaste en de Heer, wat met de eigenliefde gelijk staat. Dit kwade of deze haat wordt, daar het menigvuldig is, van velerlei geslacht en van nog veel meer soorten, in het Woord onderscheiden door verschillende soorten van slangen, zoals door: slangen, basilisken, adders, bloedslangen, dorstadders, of vurige slangen, door vliegende alsook kruipende slangen, door adderslangen, dus naar een grote verscheidenheid van het gif dat de haat is.
Zo bij Jesaja: ”Verheug u niet gij gans Filistea!, dat de roede die u sloeg, gebroken is: want uit de wortel van de slang zal een basilisk voortkomen en haar vrucht zal een vurige vliegende draak zijn”(Jesaja 14:29). “de wortel van de slang” is het zintuiglijke en wetenschappelijke, “de basilisk” het kwade en het valse daarvan; “de vurige vliegende draak” is de begeerte die tot de eigenliefde behoort. Deze slang wordt in de Openbaring een rode en grote draak genoemd, en de oude slang, verder ook duivel en satan die het gehele aardrijk verleidt, (Openbaring 12 : 3, 9; 20 : 2). Hier en elders wordt onder de duivel nooit de een of andere duivel verstaan als aanvoerder van de overige duivels, maar de gehele bende van kwade geesten en het kwade zelf.”

E. Swedenborg,+ Hemelse Verborgenheden, nummer 252.

“Dat onder de vrouw de Kerk wordt verstaan, kan uit het hemels huwelijk duidelijk zijn. Het hemelse huwelijk is van dien aard, dat de hemel en bijgevolg de Kerk, met de Heer door het eigene [het ik] wordt verbonden, zodat zij in het eigene zijn, want zonder het eigene kan er geen verbinding zijn; en wanneer de Heer uit barmhartigheid in dit eigene de onschuld, de vrede en het goede legt, verschijnt het weliswaar nog steeds als het eigene, maar dan als een hemels en overgelukkig eigene. Maar van welke aard het hemelse en engel-eigene, dat van de Heer komt, is, en van welke aard het helse en duivelse eigene is, kan nog niet gezegd worden; het onderscheid is als dat tussen hemel en hel.”

E. Swedenborg, Hemelse Verborgenheden, nummer 253.

“Vanwege het hemels- en engel-eigene wordt de Kerk in het Woord vrouw genoemd, alsmede huisvrouw, dan bruid, maagd en dochter.
Vrouw in de Openbaring: ‘Een vrouw met de zon omgeven, en de maan onder haar voeten, en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren; en de draak vervolgde de vrouw die de mannelijke zoon had gebaard’ (Openbaring 12 : 1, 4, 5, 13), waar onder de vrouw de Kerk wordt verstaan, onder de zon de liefde, onder de maan het geloof, onder de sterren de waarheden van het geloof, als hiervoor; de kwade geesten haten dit alles en vervolgen het uit alle macht.
Vrouw, alsmede huisvrouw, bij Jesaja: ‘Want uw Maker is uw man, Jehovah Sabaoth is zijn naam; en uw Verlosser is de Heilige Israëls, God van de gehele aarde zal Hij genoemd worden. want als een verlaten en diep bedroefde vrouw heeft Jehovah u geroepen, als een huisvrouw uit de jeugdtijd, nadat zij versmaad werd – zegt uw God’, (Jesaja 54: 5, 6)
Vrouw en bruid in de Openbaring: ‘En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem, nederdalende uit de hemel, van God, getooid als een bruid, die voor haar man versierd is. Kom hier, ik zal u tonen de bruid, de vrouw van het Lam’ (Openbaring 21 : 2, 9). Maagd en dochter gewoonlijk bij de profeten.”

E. Swedenborg, Hemelse Verborgenheden, nummer 254.

“Dat onder het zaad van de slang alle ongeloof wordt verstaan, blijkt uit de betekenis van de slang, daarin, dat zij al het kwade is. Het zaad is datgene wat voortbrengt en voorgebracht wordt, of wat verwekt en verwekt wordt; en omdat hier van de Kerk sprake is, betreft het ongeloof. Bij Jesaja wordt van: zaad van de boosdoeners, zaad van de echtbrekers, zaad van de leugen gesproken, als er van de verkeerde Joodse Kerk sprake is: ‘Wee het zondige volk, de natie, beladen met ongerechtigheid, het zaad van boosdoeners, de verdorven kinderen. Zij hebben Jehovah verlaten, de Heilige Israëls versmaad, zich achterwaarts gewend’, (Jesaja 1 : 4).
Voorts: ‘Maar, gij, nadert herwaarts, kinderen van een tovenares, nakroost van echtbreker en overspeelster. Over wie maakt gij u vrolijk, tegen wie spert gij de mond open, steekt gij de tong uit? Zijt gij geen kinderen der zonde, leugengebroed?’, (Jesaja 57 : 3, 4).
En: ‘Maar gij zijt weggeworpen, ver van uw graf, als een verafschuwde scheut, gij wordt met hen niet in een graf verenigd, omdat gij uw land te gronde hebt gericht, uw volk gedood. Nimmer wordt het nageslacht der boosdoeners genoemd’, (Jesaja 14:19-20), waar gehandeld wordt over de slang of de draak, Lucifer genoemd.”
E. Swedenborg Hemelse Verborgenheden, nummer 255. “Dat onder ‘het zaad van de vrouw’ het geloof in de Heer wordt verstaan, blijkt uit de betekenis van de vrouw, die de Kerk is; haar zaad is niets anders dan het geloof; het is door het geloof in de Heer dat zij bestaat en Kerk genoemd wordt.
Bij Maleachi wordt het geloof zaad Gods genoemd: ‘Jehovah is getuige geweest tussen u en de vrouw uwer jeugd, aan wie gij ontrouw geworden zijt, terwijl zij toch uw gezellin en uw wettige vrouw is. Niet één doet zo, die voldoende geest bezit, want wat zoekt die éne? Het zaad Gods. Weest dan op uw hoede voor uw hartstocht, en dat men niet ontrouw worde aan de vrouw zijner jeugd’, (Maleachi 2 : 14, 15), waar de huisvrouw uit de jeugd de Oude en de Oudste Kerk *5) is, van wie het zaad of het geloof sprake is.
Bij Jesaja: ‘Want Ik zal water gieten op het dorstige en beken op het droge; Ik zal mijn Geest uitgieten op uw nakroost en mijn zegen op uw nakomelingen’, (Jesaja 44 : 3), ook hier van de Kerk.
In de Openbaring: ‘En de draak werd toornig op de vrouw en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God bewaren en het getuigenis van Jezus hebben’, (Openbaring 12 : 17 ).
En bij David: ‘Met mijn uitverkorene heb Ik een verbond gesloten, aan mijn knecht David heb Ik gezworen: Voor altoos zal Ik uw nakroost bevestigen, en uw troon bouwen van geslacht tot geslacht; zijn nakroost zal Ik voor immer doen voortbestaan, en zijn troon als de dagen des hemels. Zijn nakroost zal voor altoos bestaan, zijn troon zal als de zon vóór Mij zijn’, (Psalm 89 : 4, 5, 30, 37), waar onder David de Heer wordt verstaan; onder de troon Zijn rijk; onder de zon de liefde; onder nakroost het geloof.”

E. Swedenborg, Hemelse Verborgenheden, nummer 256.

“Niet alleen het geloof wordt het zaad van de vrouw genoemd, maar ook de Heer Zelf, zowel omdat Hij Alleen het geloof geeft, als omdat het Hem behaagd heeft geboren te worden, en wel in zo’n Kerk die door eigenliefde en liefde tot de wereld geheel en al in het helse en duivelse eigene gevallen was, om door middel van Zijn Goddelijke Macht het Goddelijk Hemelse Eigene met het menselijke eigene in Zijn Menselijk Wezen te verenigen, opdat zij in Hem één zouden worden; want wanneer Hij ze niet verenigd had, zou de wereld geheel te gronde zijn gegaan. En omdat de Heer op die wijze het zaad van de vrouw is, wordt er niet gezegd ‘het’, maar ‘Hij’ zal u de kop vertreden.”

E. Swedenborg, Hemelse Verborgenheden, nummer 257.

“Dat onder de kop van de slang de heerschappij van het kwade in het algemeen, en van de eigenliefde in het bijzonder wordt verstaan, kan uit het wezen van die liefde blijken, welke van dien aard is, dat zij niet alleen naar heerschappij streeft, maar zelfs naar de opperheerschappij over alles op aarde, en, daarmee niet tevreden, ook nog over alles in de hemel, en ook daarmee niet tevreden, zelfs nog over de Heer, en ook dan nog zou zij niet rusten. Dit ligt in elke vonk van de eigenliefde verborgen. Als men haar maar even aanwakkert en de teugel een beetje laat vieren, zou men merken dat zij er onmiddellijk op zou toeschieten en tot zoiets aanzwellen. Hieruit blijkt hoe de slang, of het kwade van de eigenliefde, heersen wil, en degene over wie het niet heersen kan, haat.
Dit is de kop van de slang, welke zich verheft, en welke de Heer vertreedt, en wel tot op de grond, opdat zij op de buik gaat en stof eet, zoals het in het vlak voorafgaande vers staat.
Aldus wordt de slang of de draak, Lucifer genaamd, bij Jesaja beschreven:
‘En gij overlegde nog wel: Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden; ik wil opstijgen boven de hoogten der wolken, mij aan de Allerhoogste gelijkstellen. Integendeel, in het dodenrijk wordt gij neergeworpen, in het diepste der groeve’, (Jesaja 14 : 13, 14, 15).
De slang of de draak wordt eveneens beschreven in Openbaring:
‘En er werd een ander teken in de hemel gezien, en zie, een grote rossige draak met zeven koppen en tien horens, en op zijn koppen zeven kronen. En de grote draak werd (op de aarde) geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan, die de gehele wereld verleidt; hij werd op de aarde geworpen en zijn engelen met hem’ (Openbaring 12 : 3, 9), waar beschreven staat hoe hoog hij de kop opstak.
Bij David: ‘Aldus luidt het woord van Jehovah tot mijn Heer: Zet u aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten. Jehovah strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers te midden van uw vijanden. Hij houdt gericht onder de heidenen, hoopt lijken op, verplettert hoofden op het wijde veld. Hij drinkt onderweg uit de beek; daarom heft hij het hoofd op’, (Psalm 110 : 1, 2, 6, 7).”

E. Swedenborg, Hemelse Verborgenheden, nummer 258.

“Dat onder vertreden of vermorzelen, neerdrukken wordt verstaan totdat zij op de buik gaat en stof eet, is nu, en uit het voorafgaande vers duidelijk; zo ook bij Jesaja:
‘Want Hij heeft de bewoners der hoogte, der ontoegankelijke veste neergeworpen, Hij vernedert haar, vernedert haar tot de grond toe, doet haar tot in het stof neerstorten. Voeten zullen haar vertreden’, (Jesaja 26 : 5, 6).
Voorts: ‘Als een stortbui van geweldige, overstromende wateren met kracht tegen de grond werpt; met voeten vertreden wordt de trotse kroon van hovaardigheid’, (Jesaja 28 : 2, 3).

E. Swedenborg, Hemelse Verborgenheden, nummer 259.

“Dat onder de verzenen [hiel] het laagst natuurlijke of lichamelijke wordt verstaan, kan men niet weten, als men niet weet, hoe de Oudsten datgene beschouwden wat in de mens is. Het hemelse en geestelijke van hem brachten zij terug tot het hoofd en het aangezicht; al wat daaraan zijn bestaan dankte, zoals de naastenliefde en de barmhartigheid, tot de borst; het natuurlijke echter tot de voet; het lagere natuurlijke tot de voetzool; het laagste natuurlijke en lichamelijke tot de hiel. En niet alleen brachten zij het er toe terug, maar noemden het ook zo.
Het laagste van de rede of het wetenschappelijke is ook bedoeld met datgene wat Jakob van Dan voorzegde: ‘Moge Dan een slang op de weg zijn, een hoornslang op het pad, die in de hielen van het paard bijt, zodat zijn berijder achterover valt’, (Genesis 49 : 17) en met wat bij David staat: ‘De ongerechtigheid van mijn hielen heeft mij omringd’, (Psalm 49 : 6).
De slang kan slechts het laagst natuurlijke kwetsen, echter niet – tenzij het addersoorten zijn – het innerlijk natuurlijke in de mens, nog minder het geestelijke en allerminst het hemelse; de Heer bewaart deze en verbergt ze zonder dat de mens er iets van weet. Wat de Heer verbergt wordt in het Woord overblijfselen genoemd.
Maar hoe de slang dit laagste bij de mens van vóór de vloed heeft verwoest door het zintuiglijke en de eigenliefde, en hoe zij het verwoest heeft bij de Joden door zintuiglijke dingen, inzettingen en muggenzifterijen, en door eigenliefde en liefde tot de wereld, en hoe zij het vandaag de dag verwoest, en verwoest heeft door zintuiglijke, wetenschappelijke en filosofische dingen, en tevens door diezelfde liefden – zal, door de Goddelijke barmhartigheid van de Heer in hetgeen volgt, worden gezegd.”
E. Swedenborg Hemelse Verborgenheden, nummer 260. Uit het voorgaande blijkt, dat aan de Kerk van die tijd was geopenbaard, dat de Heer in de wereld zou komen om hen te redden.”
Tot zover dit citaat uit Swedenborg’s Hemelse Verborgenheden.

Het evangelie is een Eeuwig Evangelie, een evangelie dat al van Eeuwigheid in God in werking is, want de verzoening vanuit de Liefde van God was al vóór de grondlegging der wereld besloten:
Openbaring 14:6 “En ik zag een andere engel vliegen in het midden des hemels en hij had een eeuwig evangelie, om dat te verkondigen aan hen, die op de aarde gezeten zijn en aan alle volk en stam en taal en natie”.
Openbaring 13:8 “En allen, die op de aarde wonen, zullen het beest aanbidden, ieder, wiens naam niet geschreven is in het boek des levens van het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld.”
1 Corinthe 2:7 “Wat wij zeggen, is Gods wijsheid die tot nu toe verborgen is geweest. Vóór het begin van de wereld had Hij Zijn plan al klaar om ons in de heerlijkheid te brengen.” (Het Boek).
Efeze 1:4-5 “Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen door Jezus Christus, naar het welbehagen van zijn wil”.
Efeze 1:11 “in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil”.
2 Timotheüs 1:9 “die ons behouden heeft en geroepen met een heilige roeping, niet naar onze werken, maar naar zijn eigen voornemen en de genade, die ons in Christus Jezus gegeven is vóór eeuwige tijden.”
Titus 1:2 “in de hoop des eeuwigen levens, dat God, die niet liegt, vóór eeuwige tijden beloofd heeft.”
1 Petrus 1:20 “Hij was van tevoren gekend, voor de grondlegging der wereld, doch is bij het einde der tijden geopenbaard ter wille van u.”
Het evangelie is bedoeld om ons onberispelijk, volmaakt te maken, innerlijk volkomen één met Christus Jezus, d.w.z. met de Vader en de Zoon, met God, Die Alles in allen zal zijn. Geen statische volmaaktheid, maar een voortdurende dynamische staat van actieve Liefde. Dat gold al onder de vroegere verbonden met de Oudste, de Oude en de Israëlitische Kerk. De Oudste Kerk is de Adamitische, die leefde vóór de zondvloed, de Oude is de Noachitische die gold tot aan Mozes, toen werd het de Israëlitische Kerk.
Alleen wat onberispelijk is, is aangenaam voor God: want dat is in éénheid met God. Als voorbeeld hiervan, beeldden de brandoffers onder het oude verbond Christus uit, het Lam Gods.

Leviticus 1:3 Indien zijn offergave een brandoffer van rundvee is, dan zal hij een gaaf [onberispelijk] dier van het mannelijk geslacht brengen. Naar de ingang van de tent der samenkomst zal hij het brengen, opdat hij welgevallig zij voor het aangezicht des HEREN.
Leviticus 23:18 Bij het brood zult gij zeven gave [onberispelijke] eenjarige schapen offeren en een jonge stier en twee rammen; zij zullen een brandoffer voor de HERE zijn, met de bijbehorende spijsoffers en plengoffers, een vuuroffer tot een liefelijke reuk voor de HERE.
Het hier gebruikte Hebreeuwse woord Mymt tamiym, kan ook nader worden omschreven als volkomen, oprecht, oprechtheid, volmaakt, geheel, gaaf, gezond, volledig, vol (van tijd), heilzaam, ongeschonden, onschuldig, onkreukbaar, wat volkomen en heel is in overeenstemming met de waarheid.
Van Noach staat geschreven: Genesis 6:9 Dit is de geschiedenis van Noach. Noach was onder zijn tijdgenoten een rechtvaardig en onberispelijk man; Noach wandelde met God.
De HEER sprak ook al tot Abram: Genesis 17:1 “Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HERE aan Abram en zei tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk”.
Deze geloofsgetuigen uit Genesis kon de HEER voor groot werk gebruiken, zij richtten zich volkomen op Hem en werden onberispelijk.
Tot de Israëlieten zei Hij:
Deuteronomium 18:13 “Gij zult onberispelijk staan tegenover de HERE, uw God;”
Jozua 24:14 Welnu, vreest dan de HERE en dient Hem oprecht en getrouw; doet weg de goden die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde der Rivier en in Egypte, en dient de HERE.
Psalmen 15:1-2 “HERE, wie mag verkeren in uw tent? Wie mag wonen op uw heilige berg? Hij, die onberispelijk wandelt en doet wat recht is en waarheid spreekt in zijn hart”.
Psalmen 18:25 “Jegens de getrouwe toont Gij U getrouw, jegens de onberispelijke toont Gij U onberispelijk”.
Psalmen 18:32 “Die God, die mij met kracht omgordt en mijn weg onberispelijk maakt”
Psalmen 37:18 “De HERE kent de dagen der vromen en hun erfdeel zal voor altoos bestaan”
Psalmen 119:1 “Welzalig zij, die onberispelijk van wandel zijn, die in de wet des HEREN gaan”
De hierboven onderstreepte woorden zijn telkens dat Hebreeuwse woord Mymt tamiym, onberispelijk.
De voorwaarde dat wij de werken kunnen doen die God tevoren voor ons bereid heeft is de onberispelijk-heid, de rechtvaardigheid van Christus in ons die wij ons, door het geloof in Hem, door Zijn werking in ons, eigen dienen te maken. Die volmaakte vrucht is het doel van het evangelie Gods met ons allen.
Titus 2:11-14 Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken.
:15 Spreek hiervan, vermaan en weerleg met alle nadruk: niemand mag u verachten.
Tot slot over het doel, het behalen van de prijs (!), het bereiken van de volmaaktheid van Christus zegt
1 Petrus 3:18 Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen opdat Hij u tot God zou brengen.
En wat kan “opdat Hij u tot God zou brengen” iets anders zijn dan: tot de volmaaktheid brengen?
Of: tot de volkomen Liefde brengen en tot de volle Waarheid opdat wij daaruit eeuwig zouden leven.
Met andere woorden: Gij dan zult volmaakt zijn, zoals uw Hemelse Vader volmaakt is”.

3.2 Hoe krijgen we deel aan de volmaaktheid?

Om deel te krijgen aan de volmaaktheid, aan het Beeld en de Gelijkenis van God is het nodig om dat Beeld van God te erkennen in Jezus en vervolgens te doen wat Jezus zei in Johannes 6:29
“Jezus antwoordde en zeide tot hen: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft.”
En in Johannes 6: 48-58
“Ik ben het brood des levens. Uw vaderen hebben in de woestijn het manna gegeten en zij zijn gestorven; dit is het brood, dat uit de hemel nederdaalt, opdat wie ervan eet, niet sterft. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, hij zal in eeuwigheid leven; en het brood, dat Ik geven zal, is mijn vlees, voor het leven der wereld. De Joden dan streden onderling en zeiden: Hoe kan deze ons zijn vlees te eten geven? Jezus dan zei tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongste dage. Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood, dat uit de hemel nedergedaald is; niet gelijk de vaderen gegeten hebben en gestorven zijn; wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.”
Want de Schrift als uitdrukking van de wil van God stelt ondubbelzinnig dat ieder voor zijn redding tot geloof in Jezus moet komen, die onze zonden van ons kan wegnemen door de besnijdenis van het hart, d.w.z. als wij ons afkeren van onze zonden.
De essentie van het evangelie is Christus, als uitdrukking van de Barmhartigheid Gods, Die Zijn heerlijkheid, de heerlijkheid van de Vader – Johannes 17:22 – wil delen met allen die oorspronkelijk in het Beeld van God werden geschapen maar die de Gelijkenis kwijt raakten door eigenliefde, de oorzaak van alle ongehoorzaamheid aan God en die terugverlangen naar dat Beeld en die Gelijkenis.
Hoe krijgen we deel aan die volmaaktheid? Wat is die volmaaktheid? Dat wij in Zijn Liefde wandelen, de Liefde is de vervulling der Wet:
Ezechiël 36:27 “Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt “.
Romeinen 5:5 “en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, die ons gegeven is”.
Galaten 5:16 “Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees.”
Efeze 5:2 “en wandelt in de liefde, zoals ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven als offergave en slachtoffer, Gode tot een welriekende reuk.”
Johannes 13:34 “Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt.”
Johannes 7:38-39 ”Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. Dit zei Hij van de Geest, welke zij, die tot geloof in Hem kwamen, ontvangen zouden; want de Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.”
Romeinen 13:10 “De liefde doet de naaste geen kwaad; daarom is de liefde de vervulling der wet “.

3.3. Hoe vallen we er van af? De menselijke heerschappij in de Kerk.

Toen wij tot persoonlijk geloof in Jezus kwamen, waar werden wij toen aan overgeleverd?
a. Aan de Kerk?
b. Aan haar leiders?
Waar waren we eigenlijk aan toe?
De manier waarop wij tot geloof in Jezus kwamen zal een belangrijke rol gespeeld hebben in hoe het verder met ons gegaan is, waar we in terecht zijn gekomen of onterecht in zijn beland.
In Handelingen 2:47 lezen we dat er dagelijks toegevoegd werden aan de kring die behouden werden. In Handelingen 11:24 staat dat ze de HERE werden toegevoegd!
Zoals ook al in Handelingen 5:14 werd gezegd “En des te meer werden er toegevoegd, die de Here geloofden, tal van mannen zowel als vrouwen.”
Wie geloofden ze? De apostelen? Nee, hier staat: ze geloofden de HERE! Ze namen het getuigenis van de Geest dus aan dat –door de Geest– via de apostelen tot hen kwam.
Nu, wat is de Kerk? 1 Cor 12:13! Zij die door één Geest tot één Lichaam zijn gedoopt.
De nieuwe gelovigen werden “de HERE toegevoegd”. Aan de Levende HEER die de WIJNSTOK is, aan de HERE Die de GEEST is, werden ze toegevoegd en gevoed met de leer van de apostelen en profeten wat kennis aangaat, maar aangedaan met kracht van omhoog, met de Kracht, de Liefde, het Leven van de HEER. Ze leerden de werkingen, gedachten en bedoelingen van de Geest kennen, door middel waarvan de HEER hen onderwees:
1 Johannes 2:27 “En wat u betreft, de zalving, die gij van Hem ontvangen hebt, blijft op u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar, gelijk zijn zalving u leert over alle dingen, en waarachtig is en geen leugen, blijft in Hem, gelijk zij u geleerd heeft.”
Zij werden een Nieuwe Schepping, deelgenoten aan een Nieuw Verbond, van de Geest, niet der letter. De Kerk zijn zij die Jezus, als Redder en Leidsman vurig omhelzen. Die geheel één met Hem willen worden, één EEUWIGE GEEST des Levens, 1 Corinthe 6:17 en 12:13.
Kerk ging niet in de eerste plaats over de huidige Bijbel(s), die pas na 300 jaar en later in hun huidige samenstellingen tot stand kwamen, Roomse, Protestantse, Koptische e.a. in allerlei vertalingen uit het Hebreeuws, Aramees en Grieks.

Kerk gaat wel over het WOORD, maar dan niet zo zeer de uitwendige Bijbel, de letter, dat ook, maar het gaat over het WOORD dat GEEST is, de innerlijke zin van en in het Woord, het Levende door Christus in ons Aanwezige Woord, het WOORD dat in den beginne was, waarin het Leven was en is en zal zijn, het Licht der mensen. En dat spreekt voor Zich.
Kerk gaat over dàt WOORD in ons, dat rijkelijk in ons dient te zijn, Col. 3:16, Christus in ons Die veel meer is dan de letterlijke Bijbelteksten in ons geheugen en kennen met ons verstand
Die zijn immers de verzameling geschreven woorden die God door anderen heeft gesproken en weer door anderen, door de geïnstitueerde kerk werden samengebundeld en dus middellijk tot ons spreken. Bovendien lezen zo goed als allen slechts vertalingen van de oorspronkelijke tekst.
En laten we niet naïef zijn. De Schrift werd toen niet samengesteld tot welzijn van het volk, maar tot welzijn van het priesterschap op Nikolaïtische grondslag, om dat volk onder haar leergezag te houden ter wille van de eenheid van godsdienst en de orde in het Romeinse Rijk.

Toch waakt God over Zijn Woord.
Kerk van God kan er alleen zijn door de zalving en dus de werking van de Heilige Geest, die waarachtig is en geen leugen, die ons zal leren aangaande alle dingen, 1 Johannes 2:20, 27 en ons rechtstreeks of middellijk via door de HEER geroepen profeten inzicht geeft in het geschreven Woord, in alle dingen van de Kerk, en zelfs in de diepten Gods:
1 Corinthe 2:10 “Want ons heeft God het geopenbaard door de Geest. Want de Geest doorzoekt alle dingen, zelfs de diepten Gods”.
En Johannes getuigt verder:
1 Johannes 4:6 “Wij zijn uit God; wie God kent, hoort naar ons; wie uit God niet is, hoort naar ons niet. Hieraan onderkennen wij de Geest der waarheid en de geest der dwaling.”
Want deze discipel die aan Jezus’ boezem was tijdens het Laatste Avondmaal verstond de Waarheid waarvan Jezus getuigde aan Pilatus:
Johannes 18:37 “Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik van de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem.”
De afval in de loop der eeuwen van de oorspronkelijke Kerk die Jezus via Zijn apostelen stichtte en voedde uit Zijn Geest, krijgt in de Bijbel geen andere naam dan: verwoesting.
De lankmoedigheid van God geeft echter niet op totdat er geen andere oplossing is voor die verwoesting dan die zelf te verwoesten, als er ondanks alle inspanning vanuit de HEER geen erkenning en bekering volgt.
Door alle eeuwen heen heeft Hij profeten en profetessen gegeven in de Kerk, van welke geloofsovertuiging ook, broeders en zusters die de HEER boven alles liefhadden, Hem kenden. Uit de persoonlijke omgang met Hem trachtten zij de mensen rondom die in dwaling verkeerden, tot het ware geloof en daardoor tot dezelfde gemeenschap met hun HEER en Heiland te brengen en zo tot werkelijke redding. (Vergelijk dit met 1 Joh 1: 1- 3) Maar van eenmaal ingenomen valse, doch als waarachtig opgevatte geloofsstandpunten, blijkt men maar moeilijk los te willen komen. Wat zeker geldt voor de clerus, maar meestal ook voor de leken die vrijwel altijd afgaan op het oordeel van de clerus, zonder zelf te toetsen of iets uit God is.
Enkele namen die de HEER riep om de dwalingen aan het licht te brengen om zo mogelijk Zijn orde in de Kerk te herstellen, of in het tegenovergestelde geval, om Zijn Kerk weer op te richten, zijn: in de twaalfde eeuw Joachim van Fiori, in de zestiende eeuw Jakob Böhme, in de achttiende eeuw Emanuel Swedenborg, in de negentiende eeuw Jakob Lorber, Leopold Engel en Gottfried Mayerhofer, in de twintigste eeuw Max Seltmann en Bertha Dudde en in de eenentwintigste eeuw o.a. Ingrid Franssen. De HEER verlicht(te) hen op bijzondere wijze met diepe inzichten in de Schrift, in Zijn Scheppingswerken en bovenal in Zijn Eigen Goddelijke Natuur en Leiding. Zij waren en zijn ontvankelijk voor Zijn Stem, die zij als Zijn schapen kennen.

Ook in onze tijd worden er velen door de genade van God wakker geschud voor de kracht van het evangelie. Velen verlieten de traditionele kerken, die vasthouden aan hun tradities en niet willen veranderen, zoals de tempeldienaars in de tijd van Jezus en de apostelen, niet wilden veranderen, m.a.w. hun posities en bijbehorend leven niet wilden opgeven. Wat leidde tot de volledige verwoesting van de Tempel en van Jeruzalem, zelfs tot tweemaal toe! En die tweede val betekende de volledige opheffing en afschaffing van haar priesterdienst.
Ook nu weer roept Hij op: Keer weer afkerige kinderen! En wekt Hij opnieuw profeten op die Hij toerust met liefde en waarheid om vanuit Hem de genade Gods tot de mensen te brengen in de hoop enigen te kunnen redden, mensen zoals Paulus die in de kracht Gods zei in
1 Corinthe 9:22 “Ik ben voor de zwakken zwak geworden, om de zwakken te winnen; voor allen ben ik alles geweest, om in elk geval enigen te redden”.
En ook nu is er verzet tegen de wil van God en de wijze waarop Hij tot ons wil spreken. Velen willen alleen maar de Schrift accepteren als Woord van God, Sola Scriptura! Zij aanvaarden geen latere profeten, noch de gave van profetie als charisma van de Geest van GOD. Men acht dat als geweest, voorbij, voor vroeger, “Wij hebben nu de Schrift, als onfeilbare bron van alle kennis”. Maar die Schrift zegt bijvoorbeeld in
Johannes 16:12 “Nog veel heb Ik u te zeggen , maar gij kunt het thans niet dragen”.
Wanneer is Hij die dingen dan gaan zeggen? Hoe? Of door wie?
En die Schrift zegt in Numeri 11:29 “Doch Mozes zeide tot hem: Wilt gij voor mij ijveren? Och, ware het gehele volk des
HEREN profeten, doordat de HERE zijn Geest op hen gave!”
Mozes sprak ook van een profeet die na hem komen zou:
Deuteronomium 18:15-19 “Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals ik ben, zal de HERE, uw God, u verwekken; naar hem zult gij luisteren. Juist zoals gij van de HERE, uw God, gevraagd hebt op Horeb, op de dag der samenkomst, toen gij zeide: Ik wil niet langer de stem van de HERE, mijn God, horen en dit grote vuur niet langer zien, opdat ik niet sterf. Toen zeide de HERE tot mij: Het is goed, wat zij gesproken hebben; een profeet zal Ik hun verwekken uit het midden van hun broederen, zoals gij zijt; Ik zal mijn woorden in zijn mond leggen, en hij zal alles tot hen zeggen, wat Ik hem gebied. De man, die niet luistert naar de woorden welke hij in mijn naam spreken zal, van die zal Ik rekenschap vragen”.
Deze beloofde profeet is de HERE Zelf als de Profeet aller ware profeten. Zijn getuigenis, de woorden die Hij spreekt zijn allemaal profetie, in de zin van Paulus in 1 Corinthe 14:3
“Maar wie profeteert, spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend.”
En deze Profeet laat Zijn getuigenis klinken door vele profeten die Hij met Zijn Geest vervult en die in Zijn wegen wandelen. In alle eeuwen.
1 Samuel 19:20 “zond Saul boden om David te halen. Dezen zagen een groep profeten in geestvervoering met Samuel aan hun hoofd. En de Geest Gods kwam over de boden van Saul, zodat ook zij in geestvervoering geraakten.”
Ezra 5:1 Maar de profeet Haggai, en Zacharia, de zoon van Iddo, traden bij de Judeeërs die in Juda en Jeruzalem woonden, als profeten op in de naam van de God van Israël.
Ezra 5:2 Toen maakten Zerubbabel, de zoon van Sealtiel, en Jesua, de zoon van Josadak, zich op en begonnen te bouwen aan het huis van God, die in Jeruzalem woont; en de profeten Gods stonden hun met hun hulp terzijde.
2 Kronieken 24:19 En de HERE zond onder hen profeten om hen tot Zich te doen terugkeren; hoewel dezen hen ernstig waarschuwden, luisterden zij niet .
Nehemia 9:26 Maar zij werden weerspannig en kwamen tegen U in opstand en wierpen uw wet achter hun rug en doodden uw profeten, die hen vermaanden, om hen tot U te doen wederkeren; zij bedreven grote wandaden.
Nehemia 9:30 Vele jaren waart Gij lankmoedig over hen en vermaande hen door uw Geest, door de dienst van uw profeten, maar zij gaven daaraan geen gehoor. Toen hebt Gij hen in de macht van de volken der landen gegeven.
Als er onder het Oude Verbond al zo veel profeten waren, zouden er dan onder het Nieuwe niet nog veel meer profeten moeten zijn? Als die wens van Mozes vervuld wordt?
Is niet juist het Nieuwe Verbond, het Verbond van de GEEST?
En is niet juist het getuigenis van Jezus in ons hart de Geest der profetie, Openbaring 19:10?
Als de Geest van profetie alleen voor vroeger was, is dan niet ook de hele Heilige Geest alleen voor vroeger? Maar dat is toch de Geest van Christus? Is dan Christus niet eveneens alleen voor vroeger? Terwijl de Schrift toch zegt in
Hebreeën 13:8 “Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.”?
Maar wat gebeurt er met de profeten des HEREN? Wordt er naar hen geluisterd?
1 Koningen 19:10 Daarop zei hij [Elia]: Ik heb zeer geijverd voor de HERE, de God der heerscharen, want de Israëlieten hebben uw verbond verlaten, uw altaren omvergehaald en uw profeten met het zwaard gedood, zodat ik alleen ben overgebleven, en zij trachten mij het leven te benemen.
2 Kronieken 36:16 Maar zij bespotten de boden Gods, verachtten Zijn woorden en hoonden Zijn profeten, totdat de gramschap des HEREN zich zozeer tegen Zijn volk verhief, dat geen herstel meer mogelijk was.
Jeremia 7:22-28 “Want Ik heb tot uw vaderen, toen Ik hen uit het land Egypte leidde, niet gesproken noch hun een gebod gegeven ter zake van brandoffer en slachtoffer, maar dit gebod heb Ik hun gegeven: Hoort naar mijn stem, dan zal Ik u tot een God en zult gij Mij tot een volk zijn, en wandelt op de ganse weg die Ik u gebied, opdat het u welga. Doch zij hoorden niet, noch neigden hun oor, maar zij wandelden naar de verstokte overleggingen van hun boos hart en keerden zich achterwaarts en niet voorwaarts, van de dag af dat uw vaderen uit het land Egypte gingen tot op deze dag. Ook zond Ik tot u al mijn knechten, de profeten, dagelijks, vroeg en laat, doch zij hoorden naar Mij niet noch neigden hun oor, maar betoonden zich hardnekkiger dan hun vaderen. Ook nu gij tot hen al deze woorden spreekt, horen zij niet naar u, en nu gij tot hen roept, antwoorden zij u niet; zeg dus van hen: Dit is het volk dat niet hoort naar de stem van de HERE, hun God, en dat geen tuchtiging aanneemt“.
Jeremia 26:8-9 “en nadat Jeremia geëindigd had uit te spreken al wat de HERE geboden had tot het ganse volk te spreken, grepen de priesters, de profeten en het ganse volk hem aan met de woorden: Sterven moet gij; waarom hebt gij in de naam des HEREN geprofeteerd: Gelijk Silo zal dit huis worden, en deze stad zal verwoest worden, zodat er niemand woont! En het ganse volk liep tegen Jeremia te hoop in het huis des HEREN.”
Mattheüs 23:37 “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt, wie tot u gezonden zijn, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels vergadert , en gij hebt niet gewild.”

Vervolg deel 4.

Dit bericht is geplaatst in Artikelen AGH. Bookmark de permalink.